Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

jongensstreken. D'r is d'r geen één, die 'm daarin de baas is."

Op dit oogenblik werd de deur opengegooid en Bram Bliek, de held van dit verhaal, een blonde jongen, met lichtblauwe oogen, waaruit de guitenstreken iemand zoo tegemoet straalden, vloog naar binnen.

„Bram!" riep mevrouw Bliek, terwijl ze haar armen uitbreidde, „Bram, m'n jongen," snikte ze nog eens.

Bram begreep er niets van, maar met het zekere gevoel, dat hem nooit in de steek liet, vermoedde hij dadelijk, dat hij het onderwerp van het gesprek geweest was, dat z'n moeder en vader zoo juist gevoerd hadden. Hij wist uit ondervinding, dat zijn moeder in dergelijke omstandigheden een niet te versmaden hulp was en daarom rende hij dadelijk in haar armen. Een onbevooroordeeld toeschouwer, die er op dat oogenblik getuige van geweest was, hoe de moeder haar jongen kuste en liefkoosde, had zeker geloofd, dat de jongen van een gevaarlijke reis door de binnenlanden van Afrika teruggekeerd was, waar hij ternauwernood aan de eetlust van een paar honderd Kannibalen ontsnapt was en nu voor 't eerst weer z'n geliefd ouderhuis betrad. Mijnheer Bliek echter was aan dergelijke ontboezemingen van zijn vrouw gewend en zei daarom rustig: „Als je moeder straks met je klaar is Bram, zou ik ook eens twee minuten met je willen praten." Anders was Bram niet zoo erg op de liefkozingen van z'n moeder gesteld, hij vond het eigenlijk schande, eiken dag als een klein kind afgekust te worden, maar wat hem betrof, had z'n moeder hem op dat oogenblik nog wel een half uurtje in haar armen mogen houden. Aan alles komt echter een eind en zoo stond Bram reeds na enkele minuten voor het strenge aangezicht van z'n vader.

„Ik ben gisteren bij je direkteur geweest," begon deze, „en ik kan je wel zeggen, dat die me gezegd heeft, dat je hoogstwaarschijnlijk zult blijven zitten. Je kunt erop rekenen, dat ik je, als je zitten blijft, onherroepelijk naar kostschool stuur. Ditmaal houd ik woord."

Bram was al bang geweest, toen z'n vader hem geroepen had, dat mijnheer Henke, hun buurman, zich bij z'n vader beklaagd had, dat Bram den vorigen avond een spijkertje in 't knopje van de electrische bel gestoken had. Toen zijn

Sluiten