Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

TORA BIJ DE TRIO'S.

„Ja", zei vader, „het binnenland van Suriname trekt mij allang, maar er is voorloopig geen kans op, dat er een nieuwe expeditie wordt uitgerust, waar ik me bij zou kunnen aansluiten. De voornaamste rivieren en bergen zijn de laatste jaren in kaart gebracht op expedities door Van de Capellen, Van Stockum, Franssen Herderschee, De Goeje, Eilerts de Haan, Kaiser en anderen.

Bovendien brengt het doel, zooals ik het me stelde, een langdurig verblijf in het oerbosch mee. En nu heb ik besloten, het maar voor eigen rekening te doen. Ik heb mijn professoraat hier neergelegd en zal vertrekken zoodra ik klaar ben met het vinden van hulp en met de uitrusting. Het grootste deel van mijn kapitaal zal er aan gaan. Er blijft dan voor jullie niet veel meer over, dan om je te onderhouden tot je 25ste jaar en dan zullen jullie je zelve door de wereld moeten slaan."

„Heel goed," zei Tom.

„En jij, Tora," zei vader,

„Wat het geldelijke betreft, dat doet er niets toe. Ik ben nooit van plan geweest met mijn handen over elkaar te gaan zitten, maar ik vind het vreeselijk voor moeder."

„Dat vond moeder ook," zei vader, terwijl hij haar teeder lachend aankeek, „en daarom heeft zij plan om mee te gaan. Daarjuist wees ze mij een brief, dat ze een subsidie heeft gekregen uit het „Van Eedenfonds", de vereeniging voor het floristisch onderzoek van Suriname."

„O ! moeder, wat heerlijk voor U," riep ik uit, „dan mag U dus mee als botanicus."

„Heerlijk," zei moeder, „maar ik laat jullie in de steek."

Hemeltje, ja I Tom en ik keken elkaar verbluft aan. Dat is ook te erg opeens, die verbreking van ons geluk.

Gisteren hadden Tom en ik het er nog over, dat wij het zoo heerlijk hadden met ons vieren, en dat wij hoe langer hoe meer het gevoel kregen, of we vier vrienden waren.

„Zal U lang wegblijven ?" vroeg ik wat angstig.

„Ik denk zoowat een jaar."

„Een jaar 1" mijn wanhopige noodkreet was eruit vóór ik het wist. Moeder keek erg ongelukkig.

„U zult veel te vertellen hebben als U terugkomt," zei Tom, „is U er eigenlijk wel sterk genoeg voor ?"

„O, ik ben een taaie," lachte moeder, „voor vader ben ik veel banger. Het gevaar is voor malaria."

„Hoe zijn eigenlijk de plannen ?" vroeg Tom.

Vader haalde nu de kaart van Suriname te voorschijn. Wat een interes-

Sluiten