Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer, beloofde zichzelf de verkregen gunst ten beste aan te wenden en streek terug op de aarde neer, waar Mogo werkzaam was.

s Anderendaags, was het een snikheete dag, met een gloeiende zon in de lucht. Mogo stond steenen te houwen uit de rots aan de groote baan, die van Nangasaki naar Yedo leidt; maar plots hield hij op om even zijn zweef af te drogen en dan, over zijn werktuig geleund, terug op adem te komen. En daar zag hij opeens, heel in de verte en rakelings teger. den grond, een groote stofwolk opdagen, die breeder en grauwer werd; en toen die sneller en sneller liep en heel dichtbij was gekomen, merkte hij duidelijk een rijdende troep, die den grond in hef ronde daveren deed. 't Waren schitterende ruiters, op prachtig betuigde paarden gezeten, en begeleidend een palankijn van purper en goud, waaronder trofsch een daïmio troonde, in kleederen met goud alweder en ook met gesteenten afgezet ,,0 dat is mooi!,, riep Mogo; maar de

s

Sluiten