is toegevoegd aan je favorieten.

Echtscheiding

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel enkelen; evenwel is het geval van mijn vriend of van mijn verwant of van mijzelf een uitzondering; het ging niet meer met die twee, en die ander, die hij toen ontmoette, dat was eigenlijk het ideaal, dat was eigenlijk (vooral weer „eigenlijk") zijn bestemming, dat was toch wel, dunkt mij, des Heeren hand en het eerste een vergissing; maar U heeft gelijk, Heere Jezus, volkomen; wat ik bedoel, was alleen maar die uitzondering, die Uw regel bevestigt". Zoo spreekt men, en men buigt eerbiedig, en men geeft er zich nog eens rekenschap van „dat de Heere Jezus zulke heerlijke woorden over het gebed en het eeuwige leven gesproken heeft, waar een mensen tut getroost en versterkt wordt". Maar men vergeet op deze manier, dat het Evangelie ook wel eens woorden heeft, die in bepaalde levensomstandigheden een ergernis worden, iets waar men zich pijnlijk aan stoot, zoodat men wakker schrikt uit zijn zondigheid en zich ervan bewust wordt, dat men veel liever had voortgedroomd. Zeker, Evangelie is „blijde boodschap", maar waarlijk niet altijd voor iedereen; Evangelie is ook wel eens „ergernis".Wie de scherpe kanten van woorden als dit wil afvijlen door „toepassing voor derden", door „opvatting in het algemeen en niet in mijn bijzonder geval", door toevoeging van „in Zekeren zin", „in beginsel", of iets dergelijks, — die neme hier maar afscheid, want wij willen dit woord „aan de discipelen" in zijn nuchteren, klaren zin hooren en met zijn scherpe hoeken en kanten onbeschadigd bewaren.

Ook al heeft het overgroote deel der menschen, naar wij hopen, momenteel niets te doen met moeilijkheden over echtscheiding en tweede huwelijk, er is toch zooiets als een communis opinio, een algemeen inzicht omtrent deze dingen, en dat is een bodem, waarop kruid en onkruid groeit. Misschien zijn er bij velen wel degelijk zaken van dezen aard aan de orde, welnu dan is het zooveel te gewichtiger eens te hooren wat het Evangelie zegt. Maar ook waar dat niet het geval is, werkt men onwillekeurig mede, louterend of bedervend, aan de geldende opvattingen; niemand van de nu levenden is daarvan buitengesloten, ieder draagt zijn aandeel, of hij nog opziet naar het huwelijksaltaar voor zich of alreeds begint neer te zien naar de „groeve", die hem misschien weldra voor het oog van zijn omgeving verbergen zal; zoolang hij leeft werkt hij mede aan de heerschende of nog-

4