is toegevoegd aan je favorieten.

Advies over het gewijzigd ontwerp van wet op de naamlooze vennootschappen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

en zoo zien wij dan zoowel Engeland als Duitschland en Frankrijk reeds geruimen tijd in het bezit van uitvoerige wetten op de naamlooze vennootschappen, min of meer in den geest van wat thans bij ons in de maak is.

Die grootere langzaamheid heeft in dit speciale geval voor Nederland geen nadeel opgeleverd: integendeel. Wij behoeven die naburen hun nieuwere en uitvoerige wetten op dit stuk niet al te zeer te benijden, althans voor zoover zij moesten strekken om het hierboven aangeduide kwaad te keeren: onbekwaam, lichtzinnig of oneerlijk beheer van maatschappijen met als gevolg daarvan faillissementen en zware verliezen voor alle betrokkenen, dat alles komt buiten onze grenzen stellig niet minder voor dan daar binnen. En wij hebben nu den tijd gehad om eens kalm te overwegen of men met een omwerking van de wet op de N. V. in de bedoelde richting wel veel nut kan stichten, of men met de aangeprezen geneesmiddelen niet meer kwaad doet dan goed, en of de remedie, voor zoover er dan ooit een remedie gevonden kan worden, niet elders moet worden gezocht.

Die overwegingen, waaraan men zich vooral sedert het verschijnen van het Gewijzigde Ontwerp schier overal heeft gezet, hebben nu niet bepaald geleid tot onverdeelden bijval: met enkele uitzonderingen staat men algemeen tegenover het ontwerp tamelijk sceptisch. Dat heeft de tijd en de ondervinding uitgewerkt: eenige tientallen van jaren geleden was het geloof in de zegenrijke werking die van strengere wetsbepalingen op de Naamlooze Vennootschap kon uitgaan, stellig veel grooter dan thans. En zoo kan men zonder veel overdrijving zeggen, dat de wet, die men ons thans in ontwerp voorzet, eigenlijk al verouderd is nog vóór zij tot stand is gekomen: zij voldoet misschien aan de opvattingen van een dertig jaar geleden, maar niet meer aan die van heden. Het schijnt dan ook maar beter dat zij, zooals zij is ontworpen, nooit in het Staatsblad komt.

De beste wettelijke regeling op de naamlooze vennootschappen kan nooit eenigen waarborg geven dat de door die vennootschappen uitgeoefende bedrijven goed zullen worden beheerd. Niet zoozeer ~ zooals men heeft gezegd — omdat er wel altijd middelen zouden