is toegevoegd aan je favorieten.

Reorganisatie van Naamlooze Vennootschappen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REORGANISATIE VAN NAAMLOOZE V ENNOOTSCH APPEN

„Reorganisatie van naamlooze vennootschappen".

Aldus luidt het mij door Uw bestuur ter behandeling opgedragen onderwerp. Uw Bestuur is daarmede wèl actueel. Reorganisatiën zijn niet van de lucht af. Intusschen reeds aanstonds mag ik waarschuwen, dat wie mocht verwachten, dat ik hier een aantal mededeelingen zal doen of opmerkingen zal maken, onmiddellijk terugslaand op onlangs tot stand gekomen reorganisaties of wie op een aantal min of meer verborgen toespelingen zou vlassen — bedrogen zal uitkomen. Evenmin moogt Gij van mij verwachten, dat ik in een uur een volledige theorie omtrent het aan de orde gesteld onderwerp zal ontwerpen. Ik moet mij beperken tot aanstippen.

In de eerste plaats breng ik aanstonds deze beperking aan, dat ik het uitsluitend zal hebben over reorganisatie zonder hulp van buiten af. Ik bedoel dit: tal van malen, als een naamlooze vennootschap zich in moeilijkheden bevindt, wordt de redding gevonden doordat een andere onderneming te hulp schiet, die de zwak staande zaak overneemt, haar financiering voortaan waarborgt, of iets dergelijks. De behandeling dezer gevallen zou ons veel te ver voeren; het leerstuk der fusies van naamlooze vennootschappen en wat niet al zou in behandeling moeten komen. Ik beperk mij dus tot hetgeen wij zouden kunnen noemen reorganisaties uitsluitend in eigen kring, waarbij dus vooral enkele kapitalisatie-vragen en de verhouding tusschen aandeelhouders, obligatiehouders en bestuur hoofdzaak zullen zijn.

Reeds aanstonds prejudiceert de vraagstelling op een wijze, die mij niet anders dan aangenaam kan zijn. Het woord „reorganisatie" wijst er op dat, volgens Uw bestuur, een naamlooze vennootschap in de eerste plaats is een „organisme" d.w.z. een wezen met eigen bestaan; een geheel, uitgerust met eigen organen, die tezamen werken, althans moeten samen werken in dienst, tot welzijn van het eene wezen, de Vennootschap. Dit is niet een theoretische frase, maar een principieele vooropstelling. Ik zal U hier niet bezig houden met theorieën over het begrip „rechtspersoon", noch met beschouwing öf de naamlooze vennootschap een rechtspersoon is en, zoo ja, wat voor soort rechtspersoon. In de opdracht, met het woord „reorganisatie", is het reeds uitgemaakt: wij beschouwen de naamlooze vennootschap als een organisme, als een geheel met eigen leven. Het belang dezer stelling mag ik even laten gevoelen: zij brengt mede dat wij verwerpen de opvatting, die in juridische kringen nog steeds het meest verbreid is: dat de naamlooze vennootschap eigenlijk niet meer zou zijn dan een naar winst strevende vereeniging van een aantal personen — deelhebbers, aandeelhouders. De eigendommen der vennootschap zouden eigenlijk zijn collectief eigendom der aandeelhouders; het zou in de natuur der N.V. liggen, dat aandeelhouders persé alle zeggenschap, of het voornaamste zeggenschap zouden moeten hebben, enz. Deze opvatting