is toegevoegd aan je favorieten.

Reorganisatie van Naamlooze Vennootschappen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

heb ik steeds geacht, en blijf ik achten in strijd met het „recht der werkelijkheid". Het is niet waar, dat de aandeelhouders zich medeeigenaar zou gevoelen van de activa der vennootschap, nog minder mededebiteur harer schulden; het is onjuist — immers practisch uitgesloten — dat van een groote naamlooze vennootschap aandeelhouders elk oogenblik zouden kunnen besluiten over te gaan tot potverdeeling; en evenmin is het juist, dat het uit de natuur der dingen zou voortvloeien, dat aandeelhouders de hoogste macht moeten representeeren. Over de positie van aandeelhouders zal ik straks uitvoerig handelen. Voorloopig houden wij dit voorop gesteld: Een naamlooze vennootschap heeft een eigen wezen, is een organisatie met eigen leven, niet enkel een aandeelhoudersvereeniging.

Van dit organisme wordt nu gezegd, dat het reorganisatie noodig heeft; het is ziek en heeft behoefte aan herstel. De vergelijking met het geval van ziekte van een natuurlijk persoon dringt zich naar voren. Om genezing te kunnen aanbrengen is veelzijdige studie vereischt: allereerst is voor den geneesheer noodig een grondige kennis van het gezonde lichaam, hij moet de structuur ervan kennen (anato. mie), alsook met de werking der organen, waaruit het lichaam is samengesteld, terdege bekend zijn (de leer der verrichtingen.de fysiologie). Volgt de leer der ziekteverschijnselen (pathologie). Met deze wetenschappen, en vooral met practische ervaring toegerust, zal hij trachten te geraken tot een vaststelling van den aard en omvang der ziekteverschijnselen (diagnose). De leer der geneeswijzen (therapie) is zoo omvangrijk, dat zij in een reeks van zelfstandige vakken uiteenvalt: wedijver bestaat tusschen de chirurgen, de mannen der uitwendige geneeswijze, en de internisten; homeopaten, allopathen, wateren Iuchtgeneeskundigen, urologen, balneologen, knijpdokters en psychiaters, magnetiseurs, hypnotiseurs, chirópraktikers, enz., enz. staan rondom den zieke gereed

Ik wil de vergelijking met de medische wetenschap niet te ver doorvoeren. Elke vergelijking, te ver doorgezet, is vermoeiend. Laat ik liever wijzen op een groot verschil. Bij de geneeskunst geldt wel onvoorwaardelijk, dat „zoo lang er leven is, is er hoop". En het mag nu eenmaal niet, dat zelfs wanneer het einde met volstrekte zekerheid, binnen korten tijd, vaststaat, dokter zoo menschlievend zou zijn het einde te bespoedigen. Deze moreele eisch geldt op gebied van zaken niet. In tegendeel: wanneer eenmaal op goede gronden is geconstateerd, dat een poging tot redding zéér waarschijnlijk vruchteloos zal zijn, dan is het hier niet slechts veroorloofd, maar zelfs raadzaam den afloop van het lijden maar niet tegen te houden. ,

Wij hebben dus alleen te maken met de gevallen, waarin herstel van het zieke organisme mogelijk schijnt. Verkeerd inzicht is hier natuurlijk mogelijk; groote voorzichtigheid is voor den beoordeelaar eerste eisch. Bij het hiervolgende zij echter dit vooropgesteld: reorganisatie alleen dan ,als er eenig uitzicht bestaat, dat de zieke vennootschap door haar ziekte kan worden heengeholpen.

Allereerst hebben wij te onderzoeken, waardoor de vennootschap is geraakt in den toestand reorganisatie te behoeven. Het kan zijn, dat een directe fout aanwijsbaar is: b.v. dat de directie is gebleken van het bedrijf der vennootschap geen kennis te hebben, dat commissarissen de directie hebben belemmerd in het nemen der voor de vennootschap noodige maatregelen, of iets dergelijks; maar misschien