is toegevoegd aan uw favorieten.

Reorganisatie van Naamlooze Vennootschappen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

even vaak als in de ontoereikendheid of de fout van een of meer der organen der vennootschap, zal de oorzaak der malaise, waarin de vennootschap zich bevindt, moeten worden gezocht in het gemis aan samenwerking tusschen de verschillende organen; in den regel zal de malaise algemeen zijn: het kapitaal te gering; de verhouding tusschen aandeden- en obligatiekapitaal ongezond; de directie niet voldoende bekwaam; commissarissen te slap geweest in hun toezicht, enz. Niet één voor de hand liggende fout, maar een combinatie van verkeerde dingen zal meestal de ziekte hebben veroorzaakt. Zooveel te moeilijker de ziekte nauwkeurig te onderkennen, de geneeswijze aan te^ geven.

Laat ik nu allereerst nagaan wat het voornaamste orgaan is der vennootschap. In den regel hoort men als organen noemen: de algemeene vergadering, de directie, de commissarissen. Maar op voetspoor van hetgeen ik al zeide omtrent de rechtspersoonlijkheid der naamlooze vennootschap zou ik hier willen vooropstellen: dat haar voornaamste orgaan is haar kapitaal, haar economisch kapitaal: d.w.z. het geld, de fabriek, de schepen, het actief, waarmede zij haar bedrijf uitoefent. Hier ligt het wezen der vennootschap. Het economisch kapitaal vormt het lichaam der vennootschap, directie en personeel zijn haar hoofd, haar armen en beenen.

Het economisch kapitaal der vennootschap. Ik behoef hier niet uiteen te zetten het onderscheid tusschen deze realiteit en het begrip: juridisch kapitaal. Kapitaal, naar de juridische definitie, is niet anders dan een „rekengrootheid", nominale aanduiding van hetgeen door de vennooten in gemeenschap is gebracht, grondslag voor de verdeeling van winst en voor de berekening van surplus bij liquidatie. Algemeen is de onderscheiding economisch en juridisch kapitaal tot een der hoofdzaken gemaakt van ons vennootschapsrecht. Als ik wel zie — ik mag dit in deze "ergadering wel eens naar voren brengen — is het vooral aan de omwikkeling der boekhoudkunst, dat zij te danken ... of te wijten valt.

Onderzoeken wij de bepalingen van ons Wetboek van Koophandel, zoo geloof ik, dat volgehouden kan worden, dat de onderscheiding daarin nog niet te vinden is. Evenmin in onze oudere jurisprudentie. Met name nog niet in het arrest van den Hoogen Raad (van 1901 waarmee de rechtspersoonlijkheid der naamlooze vennootschap, vroeger vaak omstreden, buiten twijfel werd gesteld.) Maar in latere wetten — met name belastingwetten — en in latere jurisprudentie (hoewel daarin schoorvoetend) hebben Wetgever en Rechter de onderscheiding eenige malen erkend en ik geloof dan ook, dat zij thans wel als gemeen goed mag worden aangemerkt. Misschien als een bedenkelijk gemeengoed, tallooze malen vooral bij een half of niet-begrijpend publiek tot verwarring aanleiding gevend.

Van de aanwezigheid van reorganisatiebehoefte is dit in den regel het kenmerk: dat er tusschen het nominaal juridisch kapitaal der vennootschap en haar feitelijk aanwezig economisch kapitaal (haar reëele activa, min hare schulden) een min of meer bedenkelijke wanverhouding is ontstaan. Boekhoudkundig komt die wanverhouding aan den dag in een verlies-cijfer. Met eenigen nadruk zoude ik nu de aandacht willen vragen voor de onderscheiding van verschillende soorten van verlies, voor de onderscheiding tusschen vermogens- en bedrijfsverliezen. Laat ik een zoo eenvoudig mogelijk voorbeeld geven. Van een naamlooze vennootschap bestaat het economisch kapitaal in een