is toegevoegd aan je favorieten.

Onze positie tegenover de Ethische Vereeniging

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

bleek, dat het beeld van zulk eene vereeniging zich in zeer verschillenden vorm voordeed aan het oog der aanwezigen. Er waren er, die geen vereeniging verlangden en de samenkomsten van ethischen alleen den vorm van een congres wilden geven. De reden ervan lag in het individualisme, dat de ethischen kenmerkt, en in de vrees dat er door een vereeniging toch eenigermate een partijvorming zou tot stand komen. Anderen stelden de vraag, wat is ethisch, weten wij dat nauwkeurig te omschrijven ? Toch is men tot stichting der vereeniging overgegaan en zijn er statuten vastgesteld. Wat geven ons deze statuten te zien ? Zij bevatten geen grondslag maar een doelstelling. Het doel is de versterking van den invloed van het ethisch beginsel inzonderheid in de Ned. Herv. Kerk. Het Hoofdbestuur der vereeniging heeft dit doel in een circulaire nader omschreven. Het zegt daarin: „Men zie (dan) in hetgeen hier wordt uiteengezet geen „beginselverklaring" maar de poging om eenige lijnen aan te geven tot bereiking van hetgeen de vereeniging zich voorstelt. En dan mogen wij wel allereerst wijzen op de behoefte, die zich vooral onder ethischen begint te doen gelden om elkander te leeren kennen en begrijpen. Wij kunnen nog zoo veel van elkander leeren en al behoeft er niet opzettelijk te worden aangestuurd op eene „communis opinio", op den duur zal bij onderling verkeer en bij de uitwisseling van gedachten wel blijken, dat er toch wel iets bestaat van „ gemeen goed", ook onder als individualistisch bekend staande ethischen. Het gaat hier niet om de vorming eener partij met eene bepaalde leus, maar om de groote middengroep, die nergens bij behoort en geen adres bezit, in eenig onderling verband te brengen, zoodat het mogelijk wordt, omtrent belangrijke geestelijke en kerkelijke verschijnselen, gemeenschappelijk te overleggen. Natuurlijk zal hierbij heel veel aankomen op de afdeelingen, die, naar wij hopen, overal in den lande zich zullen vormen. Zulke afdeelingen dienen vrijheid van beweging te bezitten, opdat zij zich naar de behoeften der leden kunnen ontwikkelen. Zij kunnen het karakter dragen van stichtelijke kringen, waarin het geestelijk leven versterkt wordt of wel meer den nadruk leggen op de sociale problemen, terwijl elders naar den drang der omstandigheden, vooral de kerkelijke vragen op den voorgrond zullen treden. In 't algemeen zal het noodig zijn, ethischen ot meerdere kerkelijke belangstelling op te wekken. De souvereine minachting voor kerkelijke politiek, die onder hen vrij algemeen is, mag niet ontaarden in het prijsgeven van zeer gewichtige geestelijke belangen aan kleine minderheden, die vaak een houding aannemen als of zij in geloofszaken de Nederlandsche Christenheid vertegenwoordigen. Praematuur behoeven wij een ver-