is toegevoegd aan je favorieten.

Een keurgarve uit de gedichten van Mr W. Bilderdijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

de monarchie de koning. Wel achtte hij ook een aristocratie, d.i. een regeering van ambtenaren mogelijk, maar dan was het toch nog, alsof zulk een vader waarde om en werkte door hen, wien hij de verschillende waarnemingen van het bestuur had toevertrouwd De volksregeering is een misgeboorte van 't menschelijk onverstand. De vorst ontleent zijn macht aan God en is Hem alleen verantwoording schuldig. Die macht mag niet door een constitutie worden gebonden.

Terecht zegt Dr. Bavinck, dat Bilderdijks theöriSën~Zöüf onpractisch zijn, dat niemand er aan denkt ze thans onveranderd over te nemen. „Maar wie de donkere schaduwzijde* opmerkt, welke aan het parlementaire stelsel met zijn eindelooze debatten en heftige twisten, met zijn politieke partijen en

kiezerscorpsen verbonden is, kan Bilderdijk verstaan en

in zijn gedachtenkring inkomen. En in elk geval zijn theorieën hadden volstrekt haar oorsprong niet in gebrek aan belangstelling in het heil en de welvaart des volks. Juist omdat deze hem lief waren, wilde hij het volk niet mengen in zaken, waar het geen verstand van had. Hij ijverde voor den' patriarchalen regeeringsvorm om het volk onafhankelijk te maken van allerlei eerzuchtige politieke demagogen" 2).

Bilderdijks meeningen werden bestreden met een hevigheid \ en bitterheid, die door vrees scheen aangeblazen. Er waren er, die zijn privaatcolleges in de Vaderlandsche geschiedenis van regeeringswege hadden willen doen verbieden. Was die vrees der verlichtingsmannen een gevolg van te weinig vertrouwen in de deugdelijkheid hunner eigen principes? Hoe het zij, de toekomst zou leeren dat „de roepende in de woestijn" niet te vergeefs zou hebben gesproken. Uit den kring zijner jongeren traden twee mannen te voorschijn, die, al beaamden ze niet alles wat hun leermeester had verdedigd, in zijn geest hebben voortgewerkt, n.1. Mr. Groen van Prinstereren Mr. I. da Costa. De arbeid van dit edel tweetal is den staat en de kerk in ons vaderland ten grooten zegen geweest.

Bevreemdend is het dat velen in onzen tijd, die tot 's dichters geestverwanten willen gerekend worden, van zoo weinig

*) Verhandélingen, blz. 91.

2) Dr. H. Bavinck, Bilderdijk als denker en dichter pag. 185.