is toegevoegd aan je favorieten.

Nijverheidsonderwijswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 026 —

aan soholen met: jaarl. lesuren : lesuren p. w.:

3500—5000 22.

5X100—6000 20.

6000—7000 16.

7000—8000 14.

8000—9000 11.

9000—10000 8. Indien het door haar gegeven wekelijksche aantal lesuren meer bedraagt dan het hiervoor bepaalde, ontvangt zij voor deze meerdere uren geen afzonderlijke vergoeding. Bedraagt het door haar gegeven wekelijksche aantal lesuren minder dan het hiervoor bepaalde aantal, dan ontvangt zij boven het bedrag van f 400 voor de leiding een vergoeding voor de gegeven lesuren. Geeft zij, die de leiding van een dergelijke school heeft, geen onderwijs, dan ontvangt zij alleen een bedrag van f 400 voor de leiding."

In Groep III 2 vervalt aan het slot van het bepaalde onder a de punt en wordt daaraan toegevoegd : „en de leeraren in land- en tuinbouwkunde in het bezit van de akte L. O. voor die vakken en tevens in het bezit van de akte voor hoofdonderwijzer."

Ha den zin, luidende : „De door den Minister goedgekeurde dienst- en groepenwerk-uren worden als lesuren bezoldigd" wordt een nieuwe bepaling ingevoegd, luidende : „Aan de leeraressen, onder a, b en c bedoeld, mogen, zonder goedkeuring van den Minister, niet meer dan 28 lesuren per week worden opgedragen."

Na de bepaling betreffende het' salaris van een leerares, die op de akte van bekwaamheid de aanteekening mist, bedoeld in artikel 38 der Nijverheidsonderwijswet, wordt een bepaling ingevoegd, luidende als volgt:

„Een leerares, die onderwijs geeft in een vak, waarvoor zij de wettelijke bevoegdheid bezit, en bovendien onderwijs geeft in één of meer vakken, waarvoor zij de wettelijke bevoegdheid mist, geniet voor laatstbedoelde vakken, in plaats van de daarvoor vastgestelde bezoldiging, net salaris, in de volgende groep aangegeven".

In den zin, luidende : „Indien deze leeraren en leeraresBen in het bezit znn van een volledige bevoegdheid voor een middelbare nijverheidsschool enz." wordt achter: „genieten zij" ingevoegd : „voor de opleidingsuren".

In den zin, luidende: „Het salaris van de land- en tuinbouwleeraren, verbonden aan cursussen voor landbouwhuishoudonderwijs, bedraagt enz", wordt in plaats van : „per wekelijks gegeven lesuur" gelezen: „per werkelijk gegeven lesuur".

In de bepalingen betreffende den diensttijd in Groep III 2 worden de tweede en derde alinea gelezen als volgt:

„Diensttijd, boven den 21-jarigen leeftijd doorgebracht aan soholen voor lager onderwijs, uitgezonderd die als onderwijzeres in nuttige en fraaie handwerken, telt voor de helft mede tot een maximum van 6 jaren. Voor hen, die