is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 170 —

Ferrichloride. Een oplossing van 9 g. EeClj + 6 H.0 in water tot 100 c.M.3 (N.)

Glycerine. 96—98 % C3H6(0 H)3. Soortelijk gewicht 1.26. Refractie: hn hij 17°.5 C. : 1.4667—1.4698.

loodoplossing. Een oplossing van 1.27 g. iöod en 2 g. kaliumiodide in water tot 100 c.M.3 (% N).

Mercurichloride. Een oplossing van 6.77 g. HgCljj en 2.93 NaCl in water tot 100c. M.3 (ViN).

Fetroleumaether. Moet destilleeren beneden 60 0 C. Worden 50 c.M.3 gemengd met 10 g. vaste paraffine en de petroleumaether op het kokend waterbad verdampt, dan mag de paraffine geen ge wichts vermeerdering ondergaan.

Zand. Met zoutzuur gewasschen en gegloeid zand.

. Zwavelzuur. 94—96% H,So4. Soortelijk gewicht 1.837—1.840.

1/10 N Loog. Een koolzuurvrije oplossing van kalium-hydroxyde of natriumhydroxyde in zooveel water, dat 25 c.M.3 der oplossing 25 c.M.3 1/10 N oxaalzuur ter neutralisatie vereischen.

Behoort bij het Vleeschwarenbesluit van 20 Juni 1924, Staatsblad n». 315.

Mij bekend, De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, Aalberse.