is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 35

— 48 —

slachten elders dan op het terrein van het abattoir aan den Cruquiusweg en waarbij niet bewezen was verklaard het slachten zonder vergunning van het bevoegd gezag, omdat er geen enkel gezag bevoegd was vergunning tot slachten te geven.

In hooger beroep verklaarde de Rechtbank beklaagde schuldig aan de overtreding: „een aan keuring onderworpen slachtdier zonder vergunning slachten", daarbij de woorden „van het bevoegd gezag" in de dagvaarding overbodig verklarend. (W. 11257.)

Art. 35. 1. Hij, die vleesch, dat aan keuring is onderworpen, doch niet van het voorgeschreven merk is voorzien, of vleesch dat aan keuring is onderworpen, doch niet overeenkomstig deze wet of de te harer uitvoering gegeven voorschriften is gekeurd, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten geschenke geeft, vervoert of doet vervoeren anders dan ter naleving van eenig wettelijk voorschrift, tot vervoer anders dan ter naleving van eenig wettelijk voorschrift of ter aflevering voorhanden heeft, of tenzij in afwachting van de keuring, in voorraad heeft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

2. Hij die, behoudens het bepaalde in artikel 9, vleesch van de eene gemeente naar de andere vervoert zonder dat aan de voorwaarden, vastgesteld krachtens artikel 18, eerste lid, letter k, wordt voldaan, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.

3. Hij, die vleesch, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het afkomstig is van een dier, dat ten gevolge van de toepassing van artikel 6a, eerste lid, niet aan keuring voor en na hst slachten is onderworpen, ver-