is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

boutvuur, boosaardige kopziekte, haemorrhagische septicaemit, bloedwateren, geelzucht, tuberculose en op koortstoestanden in verband met ziekten van den uier (welke vooraf zooveel mogelijk geledigd moet zijn), sche de en baarmoeder, maag en darmen, gewrichten, klauwen en met infectieziekten, etterings- en ontstekingsprocessen; bij jonge kalveren op navelontstekingen, diarrheeën, gewrichts-ontstekingen en mondziekten.

27. Bij onderzoek van schapen en geiten wordt in het bijzonder gelet op mond- en klauwzeer, schurft, schaapspokken, rotkreupel, miltvuur, hondsdolheid, boutvuur, leverbotziekte, uierziekten, tetanus en diarrheeën.

28. Bij het onderzoek van varkens wordt in het bijzonder gelet op mond- en klauwzeer, vlekziekte, miltvuur, hondsdolheid, besmettelijke borstziekte, varkenspest en etteringsprocessen in verband met castratie

29. Bij het onderzoek der slachtdieren in het algemeen, wordt er op gelet of de dieren niet vermoeid of sterk verhit zijn.

B. Onderzoek na het slachten.

30. Onderzocht wordt:

a. of afwijkingen bestaan in reuk en uiterlijk voorkomen van het vleesch in het algemeen en van de verschillende organen en deelen in het bijzonder ;

b. of het bloed afwijkingen vertoont;

c. de gesteldheid van de tong, de longen met de bijbehoorende long- en middenschotsklieren, het hart en hartezakje, de lever en de buikspeekselklier met de bijbehoorende lymphklieren, de milt, de nieren met de bijbehoorende lymphklieren, de baarmoeder, de scheede en de blaas, de maag en de darmen, het net, het darmscheil en de daarin gelegen klieren, de uier met de bijbehoorende lymphklieren ;

d. het middenrif en het borst- en buikvlies ;

e. het spierweefsel, het vet, de beenderen en de gewrichten;

/. de kop van runderen en varkens zóó, behoudens de in artikel 32 te noemen uitzonderingen, dat door het lossnijden van de tong de gesteldheid van deze en van monden keelholte kan worden nagegaan, terwijl de