is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 200 —

plaats een destructor aanwezig is, mogen de lokalen, die daarvoor gebruikt worden, niet in rechtstreeksche open verbinding zijn met de overige lokalen van slachthuis of noodslachtplaats.

3. Het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, zijn gelegen, moet zijn afgescheiden van den openbaren weg.

4. De aanvoer van de te verwerken producten, tenzij op en naar de terreinen van de gemeentelijke slachthuizen en noodslachtplaatsen, mag slechts plaats vinden langs een door den inspecteur aan te wijzen toegang tot het terrein, waarop de destructor zich bevindt.

De inspecteur kan voor elke inrichting den uitgang aanwijzen, langs welken het personeel der inrichting het terrein moet verlaten.

5. Met uitzondering van de terreinen, behoorende tot een gemeentelijk slachthuis of gemeentelijke noodslachtplaats, moeten de verbindingswegen tusschen de gebouwen onderling, tusschen deze en den openbaren weg, alsmede dat gedeelte van den vrijen grond van het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen zijn, voor water ondoordringbaar bestraat zijn.

6. Op het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen zijn, en in de bedrijfslokalen moet eene voldoende hoeveelheid water ter beschikking staan.

7. Op het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen zijn, uitgezonderd indien het terreinen van gemeentelijke slachthuizen of noodslachtplaatsen betreft, moeten bij voorkeur aanwezig zijn:

a. een behoorlijk doelmatig ingericht sectielokaal, waarin vleesch en deelen daarvan, zoo noodig, kunnen worden onderzocht, welk lokaal geheel van de overige bedrijfslokalen moet zijn afgescheiden;

6. eene localiteit, goedgekeurd door den betrokken inspecteur, voor het verblijf van den controleur.

8. Op het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen zijn, en in de gebouwen mogen honden en katten niet aanwezig zijn.

9. Inrichtingen voor verduurzaming en toebereiding van vleesch of vleeschwaren mogen niet op het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen zijn, aanwezig zijn of daarmede in verbinding staan, tenzij op net terrein van een gemeentelijk slachthuis of gemeentelijke noodslachtplaats.

3. 1. De lokalen, waarin het afgekeurde vleesch voorhanden is, moeten geheel door een muur zijn afgesoheiden van de plaats, waar de eindproducten worden verkregen ; zij mogen niet door eene rechtstreeksche verbinding, ook niet door eene deur, in verbinding staan met