is toegevoegd aan je favorieten.

Vleeschkeuringswet S. 1919, no. 524

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 201 -

de ruimte, waar de eindproducten worden verkregen.

2. Ingeval de destructor zich niet bevindt op het terrein van een gemeentelijk slachthuis of gemeentelijke noodslachtplaats', moeten de lokalen, bedoeld in lid 1 van dit artikel, ter beoordeeling van den inspecteur, voldoende verlicht zijn of kunnen worden.

Ter afwering van vliegen moeten de ruiten van blauw glas zijn of het glas moet met voor het doel geschikte stoffen, als een mengsel van kalk en blauwsel, zijn bedekt.

2. Er moet in de onder lid 1 van dit artikel bedoelde lokalen voldoende gelegenheid voor luchtverversching zijn, ter beoordeeling van den inspecteur, hetzij door roosters of ventilatoren in de wanden, hetzij door een of meer in het dak aangebrachte luchtkokers of andere ventUatie-inrichtingen. Wanneer de vensters zijn geopend, mag de lucht alleen kunnen toetreden door gaas van zoodanige openingswijdte, dat vliegen er niet doorheen kunnen.

3. De vloeren van de onder lid 1 van dit artikel bedoelde lokalen moeten van een materiaal vervaardigd ! zijn, dat vocht niet doorlaat of opneemt, zij mogen geen scheuren of onnoodige verdiepingen vertoonen en moeten zooveel helling hebben, dat het spoelen schrobwater, hetzij rechtstreeks, hetzij door open goten, gemakkelijk wegvloeit naar met afneembaren rooster gedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, van waar het door een goedgesloten waterdicht rioolstelsel wordt weggevoerd of geleid naar een waterdichten put of reservoir, op het terrein gelegen, welk reservoir geen afvoeropening mag hebben, anders dan naar de inrichting, waarin het afvalwater wordt ontsmet.

4. De wanden van de onder lid 1 van dit artikel bedoelde lokalen moeten geheel van steen zijn en aan de binnenzijde glad, waterdioht en licht van kleur.

5. De overgangen van vloer naar wanden en van wanden onderling moeten rond afgewerkt zijn.

6. In de lokalen, waarin de eindproducten aanwezig zijn, moet, ter beoordeeling van den inspecteur, voldoende gelegenheid voor luchtverversching zijn. De vloeren van deze lokalen moeten van een materiaal vervaardigd UB. dat vocht niet doorlaat of opneemt, en mogen geen scheuren vertoonen.

7. Het vleeschmeel moet op een plaatselijk verhoogden vloer worden bewaard of op een gedeelte, dat van de omgeving is afgescheiden.

4. 1. De inrichting mag voor geen ander doel worden gebruikt dan voor het onbruikbaar, onschadelijk maken en vernietigen van afgekeurd vleesch en van andere dieren en voorwerpen.

2. Het terrein, waarop de gebouwen, waarin de destructor gevestigd is, gelegen znn, en de lokalen, waarin het afgekeurde