is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet 1919, S. No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6

— 12 —

deeling, op last van den rechter worden vernietigd of onbruikbaar gemaakt, voor zoover het algemeen belang dat vordert. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, de namen der overtreders en het vonnis van den strafrechter bekend te maken.

3. Voor zoover in beslag genomen waren niet als stukken van overtuiging moeten dienen, worden zij gebracht naar en opgeslagen op een plaats, die burgemeester en wethouders van de gemeente, waar de keuringsdienst is gevestigd, daarvoor aanwijzen. De keuringsdienst is verantwoordelijk voor de bewaring. Wij behouden Ons voor, bij algemeenen maatregel van bestuur voorschriften voor den opslag en de bewaring te geven en te bepalen, welke waren, die aan spoedig bederf onderhevig zijn, in plaats van bewaard, voor menschelijk gebruik ongeschikt gemaakt kunnen worden en op welke wijze dat moet geschieden.

1. Omtrent de in het eerste lid bedoelde verordeningen wordt in de M. v. A. het volgende gezegd:

Die verordeningen zullen hoogst eenvoudig en kort kunnen zijn. Eischen, waaraan waren moeten voldoen, zullen zij niet mogen inhouden.

Dit blijkt ten overvloede uit de artikelen 14, 15 en 16. Naast deze centrale voorschriften is er voor locale geen plaats, tenzij die plaats nadrukkelijk wordt voorbehouden, zooals in het derde lid van art. 15 geschiedt. Alleen met toestemming van de Kroon zal een gemeentelijke verordening eischen mogen stellen, waaraan bepaalde waren moeten voldoen. In de M. v. T. wordt melk genoemd als een artikel, ten aanzien waarvan plaatselijke verscheidenheid noodzakelijk kan zijn. De bepaling moet evenwel niet dan bij uitzondering toegepast worden. Om deze bedoeling nog meer uit te spreken is het meervoud „bepaalde