is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet 1919, S. No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 61 —

op het tijdstip van inbeslagneming door of namens den directeur van den keuringsdienst geschatte waarde van de waren en zoo mogelijk ook den inkoopsprijs.

Deze staat wordt door of namens den directeur van den keuringsdienst onderteekend.

Een afschrift van dezen staat wordt verstrekt aan dengene, bij wien de waren zijn in beslag genomen.

2. De bewaring van in beslag genomen waren geschiedt onder zoodanige voorzorgen dat:

a. verandering of waardevermindering zooveel mogelijk wordt voorkomen;

b. de herkomst der waren steeds behoorlijk vaststaat.

3. In plaats van te worden bewaard kunnen voor menschelijk gebruik ongeschikt gemaakt worden:

a. alle waren, waarvan door onmiddellijk ongeschikt maken een verdere waardevermindering kan worden voorkomen;

6. alle waren, die door intredend bederf hinderlijk worden voor de omgeving.

4. Het ongeschikt maken van waren voor menschelijk gebruik geschiedt op dusdanige wijze, dat de waarde der waar voor andere doeleinden nog zooveel mogelijk behouden blijft.

5. De ambtenaren, bedoeld in artikel 21 der wet, zijn bevoegd, om, indien zij zulks gewenscht achten, aan monsters volle melk, afgeroomde melk en zoeten room als bederfwerend middel per Liter aan het monster toe te voegen 1 gram kaliumbichromaat of 1,5 c.M.3 formaline (voldoende aan de eischen van de Nederlandsche Pharmacopee).

6. Dit besluit treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.

Onze Minister van Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in - het Staatsblad zal worden geplaatst en in afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State. 's-Gravenhage, den oden Januari 1921.

WILHELMINA. De Minister van Arbeid, Aalbbbse.

(Uitgeg. 25 Jan. 1921.)