is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet 1919, S. No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 113 —

dan na ingewonnen advies van den directeur van den keuringsdienst. Zij deelen hun besluit binnen vier weken na ontvangst van bovenbedoeld advies mede aan den directeur van den keuringsdienst en aan den betrokken inspecteur van de Volksgezondheid.

5. De gebruikers of de eigenaars der ruimten, alsmede de betrokken inspecteur van Volksgezondheid kunnen tegen het door Burgemeester en Wethouders, op grond van het hierboven in het eerste lid onder g bepaalde, genomen besluit binnen drie weken, nadat hun dit besluit is medegedeeld, in beroep gaan bij Gedeputeerde Staten van de provincie, waarin de ruimten gelegen zijn; de betrokken inspecteur van de Volksgezondheid kan dit mede doen tegen het verleenen van ontheffingen als bedoeld in het derde lid van dit artikel. ' 1

6. Hebben Burgemeester en Wethouders de in lid 1 onder g bedoelde verklaring op een daartoe strekkend sohriftelijk verzoek van den betrokken inspecteur voor de Volksgezondheid niet binnen twee maanden aan den gebruiker der ruimte afgegeven dan kan de inspecteur een gelijk verzoek schriftelijk indienen bij Gedeputeerde Staten der provincie, waarin de ruimten zijn gelegen, die daarop binnen twee maanden beschikken en overeenkomstig die beschikking de gevraagde verklaring al of niet aan den gebruiker der ruimte afgeven.

9. Voor de bereiding van brood mag niet worden gebruik gemaakt:

o. van grondstoffen, die schadelijk voor de gezondheid zijn of kunnen zijn, ondeugdelijk van samenstelling zijn of in ondeugdelijken toestand verkeeren;

ö. van deeg, dat andere meel- en zetmeelsoorten, al of niet verstijfseld, bevat, dan die van tarwe en/of rogge afkomstig, tenzij aan het brood een benaming gegeven wordt, waaruit duidelijk blijkt, dat voor de samenstelling van het deeg zulk een andere meel- of zetmeelsoort is gebruikt;

c. van stoffen of voorwerpen, die aan de normale grondstoffen vreemd zijn;

d. deeg, dat met de voeten is bewerkt.

10. Het keukenzout vrije aschgehalte van de droge stof der kruim mag niet hooger zijn dan :

a. 2,4 % bij ongebuild tarwebrood ;