is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet 1919, S. No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 132 —

KOKen verwarma en aaarna geaurenae z minuten gekookt op een draadgaas, bedekt met een asbestplaat, voorzien van een ronde opening waarin de kolf past, daarna afgekoeld tot kamertemperatuur, bedeeld met 3 g. kaliumjodide, vervolgens met 15 cM3. verdund zwavelzuur (4 N.) en onmiddellijk getitreerd 1 met 1/10 N. natriumthiosulfaatoplossing; aan het eind der titratie wordt zetmeeloplossing als indicator toegevoegd.

Een gelijke proef wordt verricht met 10 oM3. koperproefvocht a, 10 cM3. koperproefvocht b en 30 cM3. water. Uit het verschil der beide titercijfers, overeenkomende met het reduceerend vermogen der suiker, wordt de daarin aanwezige hoeveelheid glucose, onderscheidenlijk invertsuiker, berekend met behulp van de volgende tabel.

Het invertsuikergehalte na inversie (zooals bedoeld in 6, b, 8), wordt bepaald op gelijke wijze als boven beschreven van een oplossing van de suiker of de stroop, nadat deze op de wijze als onder 6, b, cc lid 2 is beschreven, is geïnverteerd en daarna door toevoeging van natronloog geneutraliseerd.

Aantal cM3. I , | mg. invert-

f mg. glucose I °

1/10 N. natn- ,„„ I suiker

nmthiosulfaat [ 1 6 10 6' J (06H10Oe)

14 45,8 47,3

15 49,3 50,8

16 52,8 54,3

17 56,3 58,0

18 59,8 61,8

19 ' 63,3 66,6

20 66,9 69,4

21 70,7 73,3

22 74,5 77,2

23 78,5 81,2

24 82,6 85,2

9. Suikergehalte als de som van saccharose en invertsuiker, de laatste omgerekend tot saccharose.

a. Bij afwezigheid van zetmeelstroop (zie 5) wordt het saccharosegehalte (bepaald volgens 6) vermeerderd met het invertsuikergehalte (bepaald volgens 8), dit laatste vermenigvuldigd met 0.95.

1 In het K. B. staat „gefiltreerd".