is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet 1919, S. No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 289 —

17. Ons besluit van den 2östen April 1922 (Staatsblad n°. 221), zooals dit is gewijzigd bij Ons besluit van den loden Maart. i923 (Staatsblad n°. 78), vervalt met ingang van den dag, waarop dit besluit in werking treedt. . Onze Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Baad van State.

Het Loo, den 21sten December 1925.

WILHELMINA. De Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, Koolen. (Uitgeg. 21 Jan. 1926.)

Bijlage behoorende bij het Broodbesluit (Staatsblad n°. 478).

METHODEN VAN ONDERZOEK. 1. Droge stof.

Voor de bepaling van de droge stof van het brood wordt een snede brood van ongeveer 50 g genomen uit het middengedeelte van het brood, in cuben van omstreeks 1 cm3 gesneden (roggebrood in kléinere cuben) en in ruime platte schalen bij een temperatuur van 102°—105° c. tot constant gewicht gedroogd.

Als droge stof wordt aangemerkt de op de aangegeven wijze gevonden hoeveelheid droge stof van één brood, berekend op het gemiddelde van de gewichten van -ten minste 3 brooden van dezelfde soort en dezelfde gewichtsorde, voetstoots uit den voorraad genomen en gewogen ter plaatse van monsterneming door een ambtenaar van den keuringsdienst van waren.

■ Voor de bepaling van de droge stof in de kruim wordt de korst met een scherp mes zuiver weggeschild en ongeveer 50 g van de kruim op boven aangegeven wijze behandeld. Deze 50 g moeten genomen worden uit verschillende gedeelten van het geschilde brood, zoodanig, dat de samenstelling zoo goed mogelijk met die der kruim van het geheele brood overeenkomt.

2. Vet.

De vetbepaling wordt verricht in de kruim als zoodanig of in de kruim geheel of gedeeltelijk in gedroogden toestand.

Daartoe wordt aan de kruim zooveel malen omstreeks 100 cm3 water en 25 cm3 zoutzuur (s.g. 1.13) toegevoegd als er 25 gram kruim (ongedroogd) in bewerking wordt genomen. Deze massa wordt zoolang gekookt tot het vet in vrijheid is gesteld.

Na afkoeling tot kamertemperatuur wordt de vloeistof door etn nat filtei gefiltreerd. Het hierop achterblijvende wordt met koud water' uitgewasschen, totdat de zure reactie is verdwenen. Het filter met dé zich daarop bevindende vaste stof wordt gedroogd bij