is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet S. 1919, No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 9 —

Alt. 1

zekerheid bestaat over de grenzen der bemoeiingen van den Vleeschkeuringsdienst en van den Warenkeuringsdienst ten aanzien van vleeschwaren komt het mij gewenscht voor, den Directeur van den Warenkeuringsdienst in Uwe gemeente te doen weten, dat zijne bemoeienis met vleesch en vleeschwaren op grond van artikel 1 der Warenwet niet verder strekt dan het scheikundig onderzoek van die waren of van de daarvoor gebruikte grondstoffen —andere dan vleesch — en dan de handhaving der keuringsverordening ten aanzien van ingevolge scheikundig onderzoek ondeugdelijk gebleken vleesch, vleeschwaren of grondstoffen bn de bereiding van vleeschwaren aangetroffen."

— De vraag in het Voorloopig Verslag van de Commissie van Rapporteurs uit de Eerste Kamer over het ontwerp-vleeschkeuringswet, of onder de ingevolge deze wet aan keuring onderworpen vleeschwaren ook begrepen zjjn alle in blik of glas geconserveerde, zoo ja, hoe de Minister zich voorstelde die keuring te doen geschieden, werd als volgt beantwoord: Onder de hierbedoelde vleeschwaren zijn ook begrepen de in blik en glas geconserveerde. Te dien aanzien zal er in de eerste plaats een preventief toezicht komen. Het repressief toezicht zal in hoofdzaak taak zijn van de keuringsdiensten, omdat de onderzoekingen vooral van chemischen aard zijn. Als zoodanig valt het onder de definitie van art. 1, 1° van het ontwerpWarenwet, dat bij de Kamer aanhangig is. (M. v. A.)

— De keuring van visch valt niet onder het ontwerp op de vleeschkeuring en is daarom bij nota van wijziging in deze wet gebracht. (Toelichting bjj de Nota van Wijziging. Bijl. Hand. 2' Kamer 1918/19, 62, 7.)

— Voor alle waren geldt bet voorbehoud, dat zij in den handel gebracht of voor den handel bestemd moeten zjjn. Wat een particulier voor eigen gebruik gelieft te bereiden of te bezigen, is aan overheidstoezicht onttrokken. (M. v. T.)

— Bij de behandeling in de Tweede Kamer verklaarde de Minister, dat in de Verordeningen, die krachtens de Warenwet gemaakt worden, nadere definities zullen moeten worden opge-