is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet S. 1919, No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 51 —

Art. 86

helft gedragen door het Rijk en voor de helft door de provincie en vindt het tweede lid van artikel 34 overeenkomstige toepassing.

Bij de behandeling van dit bij amendement ingelasehte artikel verklaarde de Minister, dat de Kroon alleen gebruik zou maken van de daarbij verkregen bevoegdheid in het belang van een goede keuring van waren, b.v. voor die streken, waarvoor het bij de uitvoering van de wet zou blijken, dat men ten gevolge van de eigenaardige groepeering van de bewoners of om een andere reden moeilijk zou kunnen komen tot een gemeentelijken keuringsdienst volgens deze wet.

Slotbepalingen.

Art. 36. Wij stellen vast, op welk tijdstip of op welke tijdstippen onderscheidenlijk de bepalingen van deze wet in werking treden. Dat tijdstip of die tijdstippen kunnen verschillend zijn voor verschillende deelen des lands.

De inwerkingtreding is bepaald bij besluit van : 10 April 1920, S. 174, van de artt. 30, 31, 32, 33, 34 en 35; 20 Juli 1920, S. 616, van art. 17 ; 8 Febr. 1921, S. 54, var art. 13; 17 Mei 1921, S. 673, van de artt. 1, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 16, 3e lid, 18, 19, 27, 28 en 29.

Van de overige artikelen der Wet is de inwerkingtreding voor de verschillende keuringegebieden bepaald bij besluit van : 18 Juni 1921, S. 805, voor de keuringsgebieden Dordrecht en Drenthe; 5 Juli 1921, S. 847, voor Utreoht en 's-Hertogenbosch; 3 Sept. 1921, S. 1044, voor Arnhem en Enschedé; 5 Oetober 1921, S. 1111, voor Nijmegen; 8 Oetober 1921, S. 1116, voor 's-Gravenbage ; ?6 Oetober 1921, S. 1146, voor Leiden; 1 Nov. 1921, S. 1155, voor Botterdam ; 8 Nov. 1921, S. 1160, voor Friesland; 11 Nov. 1921, S. 1168, voor Amsterdam ; 11 Nov. 1921, S. 1169, voor Goes; 23 Dec. 1921, S. 1372, voor Zwolle, Zutphen en Haarlem; 21 Jan.