is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet S. 1919, No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 124 —

25° o. en met den coëfficiënt 0,00025 herleid tot het s.g. bij 15° c. Bij alcoholhoudende vruchtensappen wordt door verwarming op het waterbad de alcohol verdreven, waarna de rest met water wordt aangevuld tot het oorspronkelijke gewicht en van deze vloeistof het s.g. als boven bepaald.

Onder suikervrij extract wordt verstaan het extractgehalte, berekend uit het s.g. volgens de formule :

s.g. — 1 0,00385

verminderd met het suikergehalte, berekend uit het reduceerend vermogen na inversie, uitgedrukt als invertsuiker (zie 8).

2. Asch.

2 6 g van de waar worden in een porceleinen-

of platinakroes met 1—2 cm3 sterk zwavelzuur gemengd. De kroes wordt op een warme plaats gezet om de massa gelegenheid te geven op te schuimen en, nadat de overmaat zuur door matige verhitting is verwijderd, gegloeid tot constant gewicht. Uit dit gewicht, vermenigvuldigd met0,9 wordt het aschgehalte berekend.

Van een suiker, indien volkomen oplosbaar, kunnen ook 5 g worden opgelost tot 100 cm3 en van deze oplossing het electrolytisch geleidingsvermogen Kt bij bekende temperatuur t (tusschen 10° en 30° c.) worden bepaald.

Uit het gevonden electrolytisch geleidingsvermogen Kt wordt dan bij 20° c. (K2) afgeleid door berekening met behulp van de formule:

Kt0 = Kt [1 + 0,02 (20—t)]

en hieruit het aschgehalte (A) van de suiker berekend met behulp van de formule: K,0 x 10' A= 560

3. Zuurgraad. 10 g. van de waar opgelost in de ongeveer 5-voudige hoeveelheid water en deze oplossing, bedeeld met 5 druppels phenolphtaleïne, wordt getitreerd met 1/10 N alkali. Het ter neutralisatie vereisohte aantal cm3 N alkali,. overeenkomende met het aantal cm3 N alkali voor 100 g suiker of stroop, is de zuurgraad.