is toegevoegd aan je favorieten.

Warenwet S. 1919, No. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 276 —

waren ten verkoop worden uitgestald, worden aangebracht overeenkomstig de voorschriften door Onzen Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid gegeven. 7ij mag niet van de waar of haar vorpakking worden verwijderd. *

5. Door Onzen Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid worden vastgesteld:

a. eischen waaraan het vet, dat bereid is onder het in artikel 1, onder 1, bedoelde toezicht, moet voldoen;

6. de wijze, waarop het toezicht wordt uitgeoefend ;

c. de aard en de wijze van uitvoering der te verrichten onderzoekingen;

d. de bevoegdheid, de verplichtingen, de instructie en de vergoeding van de deskundigen in artikel 2, lid 2, bedoeld;

e. de opgaven, welke bij de kennisgeving in artikel 3 bedoeld, moeten worden overgelegd en de voorwaarden, waaronder deskundigen voor de uitoefening van het toezicht door den Minister zullen worden aangewezen. **

6. 1. Onze Minister van Arbeid, Handel en Nijverheid is bevoegd van hem, die vet onder het toezicht, bedoeld in artikel 1, wil bereiden, vóór dat de bereiding onder dat toezicht wórdt gesteld, het stellen van een bankgarantie of andere zekerheid tot een door Onzen Minister te bepalen bedrag te vorderen, ten aanzien waarvan de belanghebbende eene verklaring onderteekent, waarin hij Onzen Ministor de bevoegdheid geeft om, wanneer naar het oordeel van dezen de voorwaarden, waarop het toezicht wordt gehouden, niet behoorlijk zijn nagekomen, tot geheele of gedeeltelijke verbeurdverklaring' der gestelde zekerheid over te gaan.

2. De modellen der bescheideD, benoodigd voor de nakoming van het bepaalde in het vorig lid, worden door Onzen Minister vastgesteld.

7. De invoer van toebereid dierlijk vet, waarvan blijkt, dat het in het land van oorsprong als zoodanig niet geschikt is geacht voor menschelijk voedsel, is slechts toegestaan indien:

* Zie de beschikking van 27 November 1925, Stct. n°. 233 ; bijlagen blz. 278.

** Zie de beschikking van 29 Juli 1926, Stct. n». 151; bijlagen bh. 279.