is toegevoegd aan je favorieten.

De statistiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 VI. — Res. V. v. V. no. 1567. — §§ 59—61.

De mededeeling van den Inspecteur, in § 56 bedoeld, wordt gehecht aan den stok van het register.

Is de betaling een gevolg van toepassing der Waardewet 1906, S.no.216, dan wordt op den stok van voormeld register verwezen naar den post in het journaal Comptb. no. 2, waar het ingevolge die wet verschuldigde meerder invoerrecht en de verhooging zijn verantwoord, terwijl omgekeerd in dat journaal wordt verwezen naar de boeking in het register Statistiekrecht no. 6.

1. Bij de verificatie der schrifturen blijkt meermalen, dat, behalve het statistiekrecht, betaald voor goederen, waarvan de aangegeven waarde ambtelijk conform is bevonden, voor diezelfde goederen nader statistiekrecht wordt verantwoord zonder dat iets blijkt nopens de reden dier nadere verantwoording.

Voor een richtige verificatie aan het Departement is het gewenscht, dat in gevallen als hier bedoeld de Ontvanger met rooden inkt een gedagteekende en gewaarmerkte verklaring stelt op de aangifte, bestemd voor opzending aan het Departement, vermeldende de reden, welke tot de verhoogihg der waarde heeft geleid, het bedrag der meerdere waarde aan de goederen toegekend, het bedrag van het nader ontvangen meerder statistiekrecht, alsmede het nummer der boeking daarvan.

De aangifte wordt daarna den Inspecteur ter viseering der verklaring toegezonden. Res. 3 Juni 1922, no. 100.

2. Indien de ingeroepen of in te roepen beslissing van den Raad van beroep nog niet is gevallen, behoort definitieve verantwoording van verhooging van statistiekrecht zooveel mogelijk te worden vermeden. Res. 23 Dec. 1918, no. 220.

3. Zie hierbij § 6 der res. V. v. V. no. 1600, in onderdeel VII van dit werk.

§ 60. Elke kennisgeving van den Inspecteur, die niet tot vordering van meerder recht en verhooging leidt, behoort bij de betreffende aangifte ten invoer te worden overgelegd.

Kennisgevingen, welke betrekking hebben op aangiften ten uitvoer, worden in een dergelijk geval, afzonderlijk bijeengevoegd, in de jaarlijksche inzending der schrifturen begrepen.

Artt. 14 en 15.

§ 61 (1). Het bepaalde bij art. 14 der wet behoeft niet te worden toegepast, indien de bestemming van ingevoerde en tot opslag in entrepot aangegeven goederen met toestemming van ambtenaren wordt gewijzigd of wanneer voor de tot wederuitvoer aangegeven goederen op regelmatige wijze van dien wederuitvoer wordt afgezien.

Rehalve in een geval als voorzien in § 68 van V. v. V. no. 1666 zullen de goederen alsdan op een losplaats of een betalingskantoor, evenals zulks reeds wettelijk is voorgeschreven bij het afzien van den doorvoer van naar de waarde belaste goederen (2), op de gewone wijze met alle gevolgen van dien ten invoer aangegeven en ter nadere visitatie aangeboden moeten worden.