is toegevoegd aan je favorieten.

De roei- en peilkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III — PEILKUNDE — §§ 21—23. 49

van het fust, zooals in de roeikunde gebleken is, niet nauwkeurig kan gevonden worden.

De tafel V is gegeven, om bij een gegeven natshoogte den inhoud per 100 Liter rechtstreeks te vinden, terwijl in de tafel van van der Boodt bij een gegeven inhoud per 100 Liter de natshoogte wordt opgegeven.

§ 22. Ovale (elliptische) fusten.

Men berekent den natsinhoud, alsof het fust rond was met de groote as van den bodem tot bodemsmiddellijn. De uitkomst moet vermenigvuldigd worden met de kleine as en gedeeld worden door de groote as. (Verg. § 12.)

§ 23. Onregelmatige fusten.

Zijn bij ronde fusten de bodems van ongelijke grootte, dan hangt de wijze van berekening van den natsinhoud af van de hoogte van de vloeistof in het fust.

Staat de vloeistof beneden de helft, dan berekent men den natsinhoud uitsluitend naar den ondersten bodem. Is het fust tot over de helft gevuld, dan berekent men ten eerste den inhoud beneden de spónmiddellijn en ten tweede den natsinhoud boven de spónmiddellijn en telt de beide verkregen hoeveelheden te zamen.

Den inhoud beneden de spónmiddellijn berekent men door te nemen den halven inhoud" van een fust, waarvan de beide bodems gelijk zijn aan den benedensten bodem van het gegeven fust en de spondiepte en de hoogte gelijk zijn aan die van dat gegeven fust.

De natsinhoud boven de spónmiddellijn wordt gevonden door te berekenen de ledige ruimte in een fust, dat tot bodems heeft de bovenste bodem van het gegeven fust, tot spondiepte, hoogte en natshoogte die van het gegeven fust, en die berekende ledige ruimte af te trekken van de helft van den geheelen inhoud van het denkbeeldige fust.

Bij onregelmatige ovale fusten moet worden in acht genomen hetgeen in § 19 voor liggende fusten is aangegeven.

Roei- en Peilkunde.

4