is toegevoegd aan je favorieten.

De roei- en peilkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE A. — THERMOMETERS EN VOCHTWEGERS. 85

behooren de vochtwegers, welke in een vloeistof altijd even diep inzinken, door hun gewicht te vergrooten of te verkleinen, naargelang de vloeistof een grootere of geringere dichtheid heeft (vochtwegers van Nicholson en van Fahrenheit). Aangezien wij deze vochtwegers niet gebruiken, wordt op hun inrichting, enz. niet verder ingegaan; nadere bijzonderheden kunnen in de leerboeken der natuurkunde worden gevonden.

Tot de areometers van de tweede soort behoort de volumeter van Gay-Lussac. Dit instrument is van glas vervaardigd en van onderen voorzien van een zwem- of drijfbol en een kwikbol, om het rechtstandig in de vloeistof te doen drijven.

Het punt, tot hetwelk deze volumeter in zuiver water van 4° C. zinkt, wordt aangewezen door het getal 100. Het volume van het daarbij ondergedompelde deel van den vochtweger, wordt het element-volume genoemd. De steel is verder in graden verdeeld; de afstand tusschen ..1 ,

2 opeenvolgende graden wijst van het element-volume aan.

Zinkt de areometer in een vloeistof tot 105, dan wil dit dus zeggen, dat het gewicht van 105 deelen van die vloeistof even groot is, als dat van 100 deelen water; het soortelijk volume van die vloeistof is derhalve 105

tkk of uitgedrukt in honderdste deelen : 105. 100 s

Aangezien het soortelijk gewicht hieraan omgekeerd evenredig is, bedraagt dit dus ^jjg- = 0,9524. Dit soortelijk gewicht kan dus ook

op het werktuig worden aangegeven.

Wijst de areometer het soortelijk volume aan, dan noemen wij hem „volumeter"; wordt het soortelijk gewicht aangewezen, dan wordt hij „densimeter" genoemd.

In onderdeel C zullen wij de vochtwegers (volumeters) behandelen, die bij de administratie gebezigd worden tot het opnemen van de sterkte van gedistilleerd, dat na de overhaling niet is vermengd met andere zelfstandigheden dan alcohol en water.

Daarna zal in onderdeel D de inrichting en het gebruik der densimeters worden uiteengezet.

C. Vochtwegers voor gedistilleerd.

De inrichting van dezen vochtweger is vastgesteld bij art. 1 van het Kon. besluit van 20 April 1863, S. no. 19, V. v. V. no. 612 IJ.

Zooals hiervoor werd uiteengezet, berust het gebruik van dezen vochtweger op het beginsel, dat een in een vloeistof drijvend lichaam een volume vocht verplaatst, dat even zwaar weegt als het lichaam zelf.

Daar de temperatuur een grooten invloed heeft op het volume van de vloeistoffen en het glas, is als normaal-temperatuur aangenomen de temperatuur van 15° C. Het aanvangspunt der schaal (het nulpunt) is dus bij de vochtwegers, in gebruik gesteld voor het opnemen der sterkte van gedistilleerd, het punt tot hetwelk de vochtweger inzinkt in een vloeistof, welke bij een temperatuur van 15° C. dezelfde dichtheid heeft