is toegevoegd aan je favorieten.

Verzameling van wetten, besluiten en aanschrijvingen betreffende de directe belastingen, invoerrechten en accijnzen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

1834, nos. 91—124.

vervoer, een wijde deur voor de sluikerij wordt geopend en den kwaadwilligen de gelegenheid gegeven, om van het geleibiljet meer dan eenmaal gebruik te maken, en zulks tot nadeel van den accijns ;

Heeft den Gouverneurs verzocht de aandacht der ambtenaren, wien zulks aangaat, hierop te doen vestigen, met aanbeveling om, zooveel mogelijk toe te zien, dat geen accijnsgoederen op biljetten worden vervoerd, waarvan de tijd reeds is verstreken (i), terwijl ook enz. (2).

1. Verg. ook res. V. 1827, no. 130.

8. Het verdere gedeelte dezer resolutie is vervallen.

Nos. 91—183. Vervallen.

No. 124. Bes. van 14 April 1834, no. 59.

Orders, aangaande de afgifte van geleibiljetten tot vervoer van accijnsgoederen.

De Minister van Financiën, gehoord hebbende het rapport van de Afd. Accijnzen, voor zoover betreft de geopperde bezwaren, die er voor de belanghebbenden, vooral op de marktdagen, gelegen zijn in het lichten van geleibiljetten tot vervoer van accijnsgoederen en de aanbieding dier biljetten aan de ambtenaren ter visie, overeenkomstig de deswege bestemde voorschriften;

Gelet op de res. V. 1824, nos. 129 en 157 en op de res. V. 1825, no. 53 en V: 1827, no. 140;

Heeft de Gouverneurs verzocht om aan de Ontvangers te doen opmerken:

1. Dat door hen geen geleibiljetten tot uitslag van accijnsgoederen mogen worden uitgereikt, dan nadat hun zullen zijn vertoond wettige bewijzen van inslag in het lokaal of de bergplaats, waaruit men den uitslag verlangt te doen.

2. Dat de visitatie bij den uitslag alleen dan volstrekt vereischt wordt, wanneer het wettig aanwezen der goederen, waarvan de uitslag wordt verlangd, bij hen in twijfel wordt getrokken, of een belangrijke hoeveelheid zulks noodig maakt.

3. Dat, wanneer de uitslag geschiedt van onderscheidene partyen, op denzelfden dag, het niet noodig is om dezelve alle aan de verplichting tot visitatie bij den. uitslag te onderwerpen, voor zooveel men, door de visitatie van een partij, de zekerheid verkregen heeft, dat de voorraad, waarvan men den uitslag gedeeltelijk verlangt, wettig voorhanden is.

4. Dat de geleibiljetten steeds behoorlijk moeten worden ingevuld, en dus, onder anderen, daarin ook de merken der fusten, manden of zakken, behooren vermeld te worden, alsmede dat de juiste tijd, waarvoor de biljetten geldend zijn tot uitslag en vervoer, en in geval dat de visitatie bij den uitslag moet plaats hebben, daarin moet worden omschreven, welke tijd zal ingaan na het tijdstip, waarop de visitatie of verificatie zal hebben plaats gehad, in voege als bij art. 8 der res. van het Hoofdbestuur, van 2 Nov. 1824, no. 2, V. no. 147, is voorgeschreven.

5. Dat in die gevallen, dat op zekere dagen, zooals marktdagen en dergelijke, er veelvuldige expeditiën moeten plaats hebben, de gelegenheid aan de belanghebbenden behoort te worden gegeven, om de door hen benoodigde biljetten tijdig en ten spoedigste te kunnen verkrijgen, bijv. door ook daags te voren de aangifte tot verkrijging van de vereischte documenten te doen, ten einde die bij voorraad op te maken en tijdig te kunnen afgeven, met dien verstande, dat daarin en wel voornamelijk met opzicht tot de tijdsbepaling, binnen welken de uitslag en vervoer moet plaats hebben, later geen verandering worde gebracht, dan op autorisatie of met voorkennis van den eerste ambtenaar in loco, ingevolge art. 132 der Alg. wet, en dat overigens door hen al dat gemak en gerief in de afgifte der documenten moet verleend worden, als bij art. 316 der Alg. wet is bedoeld.