is toegevoegd aan je favorieten.

De suikerwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

zetten wij den waterdruk óp diffuseur 8, die alzoo met water van 37,5 è 45° C. wordt gevuld. Zoodra dit geschied is, wordt dit water wederom door waterdruk uit diffuseur 8 geperst in calorisator 9, wordt hier verwarmd tot 55° C. en stijgt over naar diffuseur 9. Is deze gevuld, dan drukt men (de waterdruk blijft steeds op 8) hieruit het water door calorisator 10 in diffuseur 10, waar het thans een temperatuur heeft van 80 a 87,5° C. Dit water nu ia bestemd om de inmiddels in diffuseur 1 gebrachte versche snijdsels uit te loogen. Het moet zoo'n hooge temperatuur hebben, omdat daardoor het protoplasma van de cellen der snijdsels gedood moet worden, dat anders de diffusie zou verhinderen.

Door vernieuwden druk op 8 komt het water van diffuseur 10 in calorisator 1, stijgt van hier echter niet van boven in diffuseur 1, maar komt door de sapleiding terecht in calorisator 2 en gaat vandaar beneden in den met snijdsels gevulden diffuseur 1. Dit is beslist noodig. Kwam het water hier van boven in, dan zouden de snijdsels samenpakken en niet goed meer uitloogen, hetgeen door het van beneden instroomen voorkomen wordt. Bovendien zou in het eerste geval de in den diffuseur aanwezige lucht niet kunnen ontsnappen. Is de diffuseur vol geloopen, dan wordt de eerst geopende luchtkraan in het deksel gesloten. Intusschen is diffuseur 2 met snijdsels gevuld. Thans wordt het sap in diffuseur 1 door waterdruk van boven geperst in calorisator 2, gaat van hier naar calorisator 3 en komt vandaar onder in diffuseur 2 en dus in aanraking met versche snijdsels.

Twee dingen merken wij thans op :

le. In den met versche snijdsels gevulden diffuseur komt het warme water van onderen in, terwijl in alle andere in werking gestelde diffuseurs de sapstrooming is van boven naar beneden ;

2e. De versche snijdsels van den eerstgevulden diffuseur worden uitgeloogd met warm water, terwijl de snijdsels van opvolgende diffuseurs worden uitgeloogd door diffusiesap (*). Hiermee wordt beoogd sappen te verkrijgen met een zoo laag mogelijk watergehalte (**).

Op dezelfde aangegeven wijze gaat men thans door met de vulling en uitlooging van diffuseurs 3, 4 en 5.

Wanneer het sap van beneden naar boven door diffuseur 5 is gegaan, is het reeds rijk genoeg aan suiker (het kwam immers telkens met versche snijdsels in aanraking) om verder te worden bewerkt.

Door het sap van diffuseur 4 boven in diffuseur 5 te drukken wordt het daarin aanwezige sap dus door de sapleiding naar de verzamelbakken gejaagd. Diffuseur 6 is intusschen gevuld met snijdsels en terwijl hij vervolgens — van beneden naar boven — met sap uit diffuseur 5 wordt gevuld (***), vult men 7 met snijdsels ;' diffuseur 8, waarop nog steeds de waterdruk staat, zal dus ledig moeten zijn om snijdsels te ontvangen,

(*) Onder diffusiesap wordt hier verstaan water, dat reeds met versche snijdsels in aanraking is geweest. In de beetwortelsuikerfabrieken wordt de vloeistof eerst sap genoemd, wanneer het 15 a 16 pet. suiker bevat, hetgeen eerst het geval is, wanneer het achtereenvolgens « meer diffuseurs met snijdsels in aanraking is geweest.

(. ) Hoewel in een goed geleid bedrijf al het mogelijke gedaan wordt om den sapaftrek (d. 1. de hoeveelheid diffusiesap per 100 K.G. snijdsel) te beperken, moet toch nog circa 100 K.G. water in de yerdamppannen worden verdampt op iedere 100 K.G. bieten, dus voor de moderne bedrijven, die 2 milhoen K.G. bieten per 24 uur verwerken, circa 2 millioen K.G. water per

/*•*»' "J^arve noë het water, dat in de kookpannen verdampt moet worden.

( ) Het brengen van sap in een met snijdsels gevulden' diffuseur wordt „inmaischen" genoemd.