is toegevoegd aan je favorieten.

De suikerwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI en VII. — Artt. 64—66.

133

8. De hierbedoelde voorschriften worden getroffen, zoodra een handelaar-raffinadeur weder gewoon raffinadeur wil worden.

HOOFDSTUK VII. Fabrieken-raffinaderijen.

Art. 65. Indien de beetwortelsuikerfabrikant de door hem vervaardigde ruwe suiker in de fabriek zelve wil raffineeren (1), gelden, behalve de bepalingen van Hoofdstuk V, voor hem en zijne fabriek dezelfde voorschriften, als voor de raffinadeurs en de raffinaderijen vervat zijn in art. 47 en de artt. 51 tot en met 63 (2).

Art. 28 is mede van toepassing, indien de fabriek niet voldoet aan art. 47 (3).

1. Door raffineeren van ruwe suiker is, naar bet voorkomt, niet uitsluitend te verstaan het verwerken van ruwe suiker tot geraffineerde suiker op de wijs, waarop dit in de ouderwetsche raffinaderijen geschiedt, maar ook het op andere wijs maken van geraffineerde suiker uit ruwe suiker. Door afwasschen van ruwe suiker met water, stoom of witte stroop verkrijgt men geen geraffineerde suiker, maar witte ruwe suiker. Raffineeren sluit als begin van bewerking het oplossen van de ruwe suiker in.

De woorden raffineeren en geraffineerde suiker in het wetsontwerp moeten in dien zin worden verstaan (a). Mem. v. A.

(a) De in een raffinaderij zonder versmelting wit gemaakte suiker kan dus niet als geraffineerde suiker worden beschouwd. Res. 28 Aug. 1897, no. 47. Verg. aant. 7 op art. 51.

Zie hierbij echter aantt. 20—23 op art. 1, § 1, lett. c.

2. Behalve op de wijze, aangeduid in de in het eerste lid aangehaalde artikelen, kan uit de fabriek-raffinaderij ook uitslag van suiker plaats vinden met bestemming voor vrijdom. Zie art. 13 van bijl. G, II.

Zie ook art. 20 van het Kon. besluit van 17 Juni 1913, S. no. 278, V. v. V. nos. 243 en 515 XXXIII, opgenomen als bijl. B der Bierwet 1916 (deel III der Vakstudie).

3. Indien een gewone raffinaderij niet voldoet aan art. 46, dan wordt geen inslag volgens art. 48 toegestaan. Bij het tweede lid van art. 65 echter wordt in een dergelijk geval ten opzichte van een fabriek-raffinaderij art. 28 toegepast.

Volgens Weekblad no. 1401 is dit als volgt te verklaren: „Een verbod van inslag in de aan de fabriek verbonden raffinaderij zou niet baten (art. 48), want de fabrikant zou immers ruwe suiker uit de eigen fabriek naar de raffinaderij kunnen overbrengen en daarin verwerken. Verzegeling der werktuigen kon dus ook hier enkel doel treffen, nl. het werken in de raffinaderij onmogelijk maken."

Art. 66. De fabrikant-raffinadeur, die door hem vervaardigde ruwe suiker in dezelfde fabriek raffineert, mag ruwe suiker, melado, melasse of stroop ter bewerking inslaan op dezelfde wijs als bij art. 48 den raffinadeur is toegestaan (1).

De ingeslagen suiker en suikerhoudende vloeistoffen moeten in de fabriek, zoolang zij niet ih bewerking gebracht worden, geheel afgescheiden worden gehouden van andere suiker of stroop (2).