is toegevoegd aan je favorieten.

De suikerwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE D. — Suikerhoudende goederen. 207

24. Bij invoer is de belanghebbende verplicht in de aangifte volgens art. 120 der Alg. wet van 26 Aug. 1822, S. no. 38, de soort der goederen naar de in art. 1 van dit besluit gemaakte onderscheidingen op te geven. Art. 2 Kon. besluit van 27 Juli 1906, S. no. 2,12. V. no. 115 en V. v. V. no. 515 XX.

Verg. voorts dienaangaande aant. 17 op den post Geneesmiddelen hiervoor.

25. Gedroogde en verduurzaamde melk, geen suiker bevattende, is, in luchtledige bussen ingevoerd, te rangschikken onder den post Koek-, banket-, suiker- en pasteïbakkerswerk, en anders zonder betaling van recht toe te laten. Res. V. 1863, no. 58.

Ook blijkens res. van 8 Aug. 1902, no. 12, is melkpoeder, alleen bestaande uit de vaste bestanddeelen van melk, zonder toevoeging van suiker, Vrij van recht.

Gelijke beslissing werd genomen bij res. van 9 Juli 1906, no. 19, met betrekking tot natuurlijke gedroogde melk, geen toegevoegde suiker bevattende. %

MELK, suikerhoudende gecondenseerde melk, ingevoerd in andere dan

luchtdichte verpakking (26—27):

wanneer het suikergehalte niet hooger is dan 40 ten

honderd 100 K.G. f 10,80

wanneer het suikergehalte hooger is dan 40 ten honderd 100 „ f 10,80 benevens f 0,27 voor elk percent of gedeelte van een percent, waarmee het suikergehalte 40 ten honderd overtreft.

Art. 1 Kon. besluit van 17 Maart 1923, S. no. 90, V. v. V. no. 2037.

26. De aandacht wordt er op gevestigd, dat het bij opgemeld Kon. besluit vastgestelde invoerrecht alleen geldt voor suikerhoudende gecondenseerde melk in andere dan luchtdichte verpakking en dat derhalve bij invoer in laatstgenoemde verpakking het bestaande recht van f 25 per 100 K.G. blijft gehandhaafd (a).

Voorts onderscheide men wel de hierbedoelde vloeibare suikerhoudende gecondenseerde melk van de poedervormige suikerhoudende gedroogde melk, waarvoor het invoerrecht is vastgesteld bij het Kon. besluit van 27 Juli 1906, S. no. 212, V. v. V. no. 515, sub XX. Res. V. v. V. no. 2038.

(o) Nl. als Koek-, banket-, suiker- en pasleibakkersiverk.Zie ook de res. V. 1882 no. 114.

27. Bij invoer is de belanghebbende verplicht in de aangifte, volgens art. 120 der Alg. wet van 26 Aug. 1822, S. no. 38, voor elke partij van verschillend gehalte afzonderlijk, de soort der goederen naar de in art. 1 van dit besluit gemaakte onderscheiding op te geven, met vermelding van het suikergehalte, wanneer dit hooger is dan 40 ten honderd.

Het is verbeiden het gehalte te laag op te geven (a).

Een verschil van niet meer dan een half gehalte-percent wordt ten deze niet als overtreding beschouwd.

Het staat belanghebbende echter vrij het gehalte te zijnen koste ambtelijk te doen bepalen. Voor iedere zoodanige gehalte-bepaling wordt aan het Rijk een bedrag van twee gulden vergoed (6). ArLZ Kon. besluit van 17 Maart 1923, S. no. 90, V. v. V. no. 2037.

(o) Overtreding van dit artikel is strafbaar ingevolge art. 90, S 10, der Suikerwet. Res. V. v. V. no. 2038.

(*) De krachtens dit artikel verschuldigde vergoeding voor ambtelijke bepaling van net suikergehalte wordt dadelijk bij de aangifte ten kantore van den Ontvanger betaald en door dezen als buitengewone ontvangst verantwoord. Re», alsvoren.