is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114 HOOFDSTUK V. — Art. 59.

27. Behoudens de uitzondering, genoemd in § 3 van art. 62, mag geen aangifte gedaan worden om op Zondagen te ruwstoken of over te halen, terwijl het ook verboden is om op Zondagen vuur onder de ruw- of distilleerketels te hebben. Art. 62, § 1, lett. c en § £.

Ook kan geen aangifte gedaan worden om op andere tijdstippen te ruwstoken, dan die vermeld zijn in art. 62, § 1, lett. b, en behoudens de uitzondering genoemd in § 3 van dat artikel.

28 Volgens het Ontwerp van 1860/61 werd gevorderd opgave van: de nummers der distilleerketels, welke zullen gebezigd worden

tot het overhalen van ruwnat, enkelnat, moutwijn of ander gedistilleerd.

In het Voorl. V. werd er op gewezen, dat er volstrekt geen reden denkbaar is, waarom vooraf aangifte zou behooren te geschieden van het overhalen van moutwijn of ander gedistilleerd.

Niet alleen", zoo werd gezegd, „dat de bepaling geheel doelloos is maar zij is bovendien met geen mogelükheid na te tornen vermits het overhalen van moutwijn of ander gedistilleerd afhankelijk is van de orders en de commissiën, die men als 'tware bij den dag en nimmer pen maand te voren ontvangt." iJ'},L

Na^r aanleiding dezer opmerkingen werden door de Regeermg de woorden „van ruwnat, enz/' teruggenomen, waardoor alle twijfel omtrent de bedoeling van het voorschrift verviel.

29 Een vraag volgens het Voorl. V., Ontwerp 1861/62 of de brander die tevlns distillateur is, in zijn bij art. 4, § 2, bedoelde branderij ten'allen tiide, als hij er behoefte aan heeft, moutwijn of ander gedistiU LerdzaT kunnen overhalen, mits hij het doe op de dagen en uren voor het overhalen in het algemeen aangegeven, werd door den Minister toestemmend beantwoord.

30. De branders kunnen niet volstaan met aan te geven dat, z ii dagelijks zullen overhalen. Uit de aangifte moet óók blijken op welk uTeten da^ het overhalen zal aanvangen en a loopen Wo^dt hie aan niet voldaan, dan mag de Ontvanger volgens art. 60, § 6 d, de aangitten Set aannemen. Res. 26 Aug. 1873, no. 34 - Bygew. wet, blz. 54.

31. De branders kunnen den trek tot in onderdeelen van een centiliter aangeven. Res. 16 April 1869, no. 45 - Bijgew. wet blz. 54.

32 Zie _ wat betreft de berekening van de hoeveelheid beslag, welke door den brander wordt verwerkt — art. 56.

33. Het minimum van den aan te geven trek is geregeld bij art. 58, §§ 1 en 2.

34 De brander, die ook tapiocameel als grondstof gebruikt, is bevoegd voor in de'aangifte tot stoken bepaald aangewezen stooksels len hoogeren trek aan te geven dan voor de andere stooksels Art. 1, dTrde en vierde lid, van het Kon.,besluit van 8 Maart 1909, S.no.64t V. v. V. no. 612 XXII.

Verg. aant. 7 op art. 5.

35 De brander is bevoegd om den trek, dien hij bij zijn aangifte tot stoken heeft aangegeven, gedurende den loop der werkzaamheden te verhoogen. Zie art. 63, § 1.