is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V. — Artt. 60—61.

117

9. Art. 60, § 6, is van toepassing verklaard op de branderijen der: eerste soort, vijfde klasse, bij art. 6 van het Kon. besluit van 24 November 1871, S. no. 126, V. v. V. no. 612 IX (bp C, II);

tweede soort, bij art. 79 ;

derde soort, eerste klasse, bij art. 8 van het Kon. besluit van 20 April 1863, S. no. 20, V. v. V. no. 612 III (bijl. O); derde soort, tweede klasse, bij art. 6 van het Kon. besluit van 6 Januari 1866, S. no. 1, V. v. V. no. 612 VI (bijl. P).

10. Verg. art. 83, § 1 hierna, alsmede art. 3 der wet van 18 Juli 1904, S. no. 190, V. v. V. no. 612 XVIII, opgenomen als bijl. H.

11. Ten einde te kunnen beoordeelen of lett. c toepassing erlangt, moet de Ontvanger de aangifte tot stoken vergelijken met het register van ruimte der werktuigen, Fabricage no. 2.

Art. 61. § 1. De beslagbakken moeten opvolgenderwijze naar hun volgnummer aangegeven worden (1).

§ 2. Het meel, dat volgens de aangifte zal beslagen worden, moet, het gebuilde en het ongebuilde meel elk afzonderlijk, behoorlijk afgewogen en opgezakt, op of tegen den bak, waarin het moet worden gestort, op de stelling geplaatst worden, en zulks minstens een half uur vóór het tot beslaan opgegeven tijdstip, doch niet vroeger dan twaalf uren na het beslaan op den voorgaanden werkdag. Bij opneming van het op de stelling geplaatste meel, wordt, voor iederen bak afzonderlijk, een verschil in gewicht van niet meer dan een ten honderd niet in aanmerking genomen (2—6).

§ 3. Met het beslaan mag niet vroeger begonnen worden, dan op het daartoe opgegeven tijdstip. De vermenging van het droge meel met water moet binnen een uur na dat tijdstip zijn afgeloopen, waarna geen meel naast, op, of droog in de beslagbakken mag aanwezig zijn (5) (7—9).

§ 4. Het beslag mag niet anders worden opgekoeld dan door op de gebruikelijke wijze water of dunne spoeling in de beslagbakken bij te storten. Onze Minister van Financiën is echter gemachtigd om, onder de noodige voorzieningen, uitzonderingen op deze bepaling toe te laten (6) (10—15).

1. Art. 61, § 1, is van toepassing verklaard op de branderijen der derde soort, tweede klasse, bij art. 6 van het Kon. besluit van 6 Januari 1866, S. no. 1, V. v. V. no. 612 VI (bijl. P).

2. Deze paragraaf is hier opgenomen in overeenstemming met de daarin aangebrachte wijziging bij art. 1, § 6, der wet van 31 Dec. 1898, S. no. 286, V. 1899, no. 8, opgenomen als bijl. F.

Zie aant. 2 op gemeld artikel.

3. Terwijl elders, zooals in art. 24, § 3, en art. 29, § 3, de speling op de hoeveelheid meel op een en een half ten honderd is bepaald, bedraagt die speling hier slechts een ten honderd. Men vroeg, wat daarvan de reden was. Waarschijnhjk heeft men hier aan een misstelling te denken. In het voorloopig Ontwerp was het niet in aanmerking te nemen verschil bij de genoemde artikelen insgelijks op één ten honderd bepaald, maar op de daartegen door Kamers van koophandel ingebrachte bedenking is dat cijfer tot IV2 pet. verhoogd, wat nagenoeg met 1 kgr.