is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138 HOOFDSTUK V. — Artt. 69—70.

14. Het volgende geeft een overzicht van hetgeen bepaald is in de artt. 69, 70 en 128.

Art. 69. § 1. Het verbod ziet op branderijen en de panden, die daartoe behooren of daarmede gemeenschap hebben.

Aldaar mag buiten de aangegeven werktuigen:

le. geen meelbeslag of een andere voor de wijngisting geschikte grondstof worden bereid;

2e. geen beslagen, bereide, gistende of uitgegiste grondstoffen of gistnat, geschikt om door distillatie een geestrijk vocht op te leveren, voorhanden zijn of afgestookt worden.

Art. 69. § 2. Uitzondering voor: a. gewone of in bewerking zijnde. bieren, voorhanden in een met de branderij gemeenschap hebbende bierbrouwerij en de daartoe behoorende bergplaatsen ;

6. wijn, behalve moeren, en voorts bessenwijn, bier, appel-, peren- en meedrank, op fust, kruiken of flesschen, voor het uitoefenen eener nering of huiselijk gebruik, voorhanden in woningen of panden, welke niet tot de branderij behooren, maar daarmede gemeenschap hebben.

Art. «9. § 8. De Minister kan vergunning verkenen tot het vervaardigen, in een branderij, van kunstgist.

Art. 70. § 1. Het verbod ziet op in werking zijnde brandergen en de panden, die daartoe behooren of daarmede gemeenschap hebben.

Aldaar mogen geen, voor de wijngisting geschikte, grondstoffen, andere dan die waarvan het verbruik volgens de bij art. 13 voorgeschreven aangifte bij de Administratie bekend is: le. worden ingeslagen; 2e. voorhanden zijn.

Art 70. § 2. Uitzondering (onverminderd de bepalingen van art. 9, § 3 en • art 19, f 2) voor: a. aardappelen, mits niet geraspt, tot meel of na gaarkoking of stooming tot pap gebracht; beetwortels en andere suikerhoudende vruchten, mits niet geraspt, uitgeperst of afgetrokken wordende ! . vï.

b 6 KG. suiker, 5 K.G. stroop en 5 K.G. aardappelmeel of daaruit vervaardigde surrogaten, voor huiselijk gebruik, in iedere woning, welke met de branderij gemeenschap heeft.

Art 128. § 1. Het verbod ziet op distilleerdeiflen, gebouwen waarin zich werktuigen bevinden, geschikt om een branderij of distilleerderij uit te maken of daar te stellen, en panden, die daartoe behooren of ^ daarmede gemeenschap hebben. Aldaar mag: .. . ....

le. geen meelbeslag of een andere voor de wijngisting geschikte grondstof worden bereid; .... . , t±

2e geen beslagen, bereide, gistende of uitgegiste grondstoffen of gistnat, geschikt om door distillatie een geestrijk vocht op te leveren, voorhanden zijn of afgestookt worden.

Art 128. 5 2. Uitzondering voor: wijn, behalve moeren, en voorts bessenwijn, 'bier, appel-, peren- en meedrank, op fust, kruiken of flesschen, voor het mtoefenen eêner tering of voor huiselijk gebruik, voorhanden in woningen ol andere panden welke niet tot een distilleerderij behooren, maar alleen daarmede gemeenschap hebben.

jjt. 70 (1 2). § 1. Het is mede verboden om grondstoffen, geschikt om de wijngisting te ondergaan, andere dan die waarvan het verbruik volgens de bij art. 13 voorgeschreven aangifte bij de administratie bekend is (3), in eene in werking zijnde branderij, of in de panden, welke daartoe behooren of daarmede gemeenschap hebben, in te slaan of voorhanden te hebben (4).