is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258 HOOFDSTUK X. — Art. 129.

Art 129. § 1. De ambtenaren zijn bevoegd om, bij allé visitatiën de afmetingen der werktuigen, alsmede de daarin aanwezige hoeveelheid grondstof of gedistüleerd, op te nemen, en voorts om tot het bewerkrtelligen van een onderzoek proeven te nemen, zoowel van voorhanden, in bewerking zijnde of afgestookt wordende grondstoffen, als van zelfstandigheden die zij voor grondstoffen houden, of van ruwnat, enkelnat, of ander gedistüleerd. Zij geven den belanghebbende een bewijs af van de proeven, die zij verlangen mede te nemen.

5 2. Insgelijks zijn de belanghebbenden (1—2) bevoegd om, bij verschil over de soort der bedoelde grondstoffen of zelfstandigheden, het nemen van proeven, alsmede om bij alle opnemingen of verificatiën van gedistilleerd (3), die in hunne panden, of bij den uitslag, gedurende^het vervoer of bij den inslag geschieden, oyereenkomstig de artt der Alg wet van den 26sten Augustus 1822, Staatsblad no. 38, (V. v.V. no 70) eene herverificatie te vragen, mits zij hun verlangen daartoe dadelijk na de opneming of verificatie den ambtenaren te kennen geven.

8 3 Wanneer het nemen van proeven van gedistilleerd of van andere vloeistoffen tengevolge der bij § 2 verleende bevoegdheid moet geschieden, is de belanfhebbende verplicht daartoe flesschen te leveren geschikt om de hoeveelheid vloeistof te kunnen bevatten, welke de ambtenaren voor de proeven noodig achten (4—8).

8 4 Wanneer het nemen van proeven in verband staat met eene bekeuring, worden zij in dubbel genomen en dadelijk verzegeld, met uitnoodiging aan den belanghebbende om zijn cachet naast dat der ambtenaren te plaatsen, of het papier, waarop het cachet wordt gesteld, door zijne handteekening te waarmerken (5) (9—10). Hp

8 5 Bij eene herverificatie van de sterkte van gedistilleerd zijn de deskundigen niet gehouden, om uitsluitend van de bij § 1 van art. ó bedoelde werktuigen en tafels gebruik te maken (11).

1 Hierbii is den belanghebbenden uitdrukkelijk de bevoegdheid toegekend zoowel om te hunner verantwoording het nemen yan proeven te kunnen vorderen, als om bij opnemingen vau gedistüleerd ïerverificatiën te doen verrichten, waardoor mitsdien aUe weggenomen omtrent de toepasselijkheid van art. 147 en volgg der Alg wet bij andere verificatiën dan die bij in- of uitvoer. Mem. v. 1., Ontwerp 1859/60.

2 Ook met het oog op de algemeene bewoordingen der artt. 147 en 148• der Alg. wet is8 het niet twijfelachtig, dat de bepahngen der artt 150 tot f52 dier wet bij opnerningen van gedistilleerd ook door £^ Administratie kunnen ingeroepen worden. De genoemde bepahngen ziin op alle verificatiën van accijnsgoederen van toepassing zonder dat het noodig is dat dit in de bijzondere wet nader is gezegd

De tweede paragraaf van art. 129 der wet van 20 Juni 18b2 is tijdens de behandeling dier wet daaraan alleen toegevoegd op aandrang van sommigeT leden der Tweede Kamer, die ten overvloede een bepaling w2ten opgenomen te zien, waardoor de bevoegdheid der belang hebbenden om bij alle opnemingen van gedistiUeerd een herverificatie ïp den voet der'genoeinde artt. 150-152 te vorder^-Bügew allen twijfel zou worden verheven. Res. 6 Sept. 1865, no. 7 — Bijgew. wet blz. 139.