is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

272 HOOFDSTUK XI. — Art. 133.

De omstandigheid, dat met straf is bedreigd hij, die den inslag bewerkstelligt, of wel de vervoerder, sluit de aansprakelijkheid van den meester volgens art. 231 der Alg. wet niet uit (a).

Vervoer, gevolgd door inslag van gedistilleerd, vormt hiermede niet één voortgezette handeling als bedoeld bij art. 56 van het Wetboek van Strafrecht (b). Arrest van den Hoogen Raad van 28 Mei 1906 ; zie B. no. 196, en Weekblad no. 1808.

(o) Verg. aant. 64 hierna. > . ,

(4 Ook bij res. van 12 Juli 1906, no. 50, is te kennen gegeven, dat uitslag,

vervoer en inslag van gedistilleerd, in strijd met art. 111, § 3, drie afzonderlijke

strafbare feiten vormen. Zie B. no. 214.

61. Deze paragraaf bedreigt iedereen, die gedistilleerd vervoert ongedekt door het vereischte document, met boete, onverschillig of wegens den uitslag van dat geciistilleerd op den betrokken brander, distillateur of handelaar al of niet de strafbepaling van §§ 22 of 23 is toegepast. Res. 28 Januari 1865, no. 66 — Bijgew. wet blz. 153.

62. Nopens de vraag of ongedekte uitslag van gedistilleerd en daarop gevolgd vervoer zijn aan te merken als twee strafbare feiten of wel als één voortgezette handehng, waarvoor, ingevolge art. 56 van het Wetboek van Strafrecht (a), slechts één straf kan worden opgelegd, -wordt verwezen naar verschillende tegenstrijdige rechterlijke beslissingen en de daarover voorkomende beschouwingen in de Fiscus nos. 40, •654, 655, 656, 657, 660, 726, 730 en 737, alsmede in Weekblad nos. 1515, 1516 On 1519.

(o) Opgenomen in aant. 2 op het Opschrift van Hoofdstuk XX der Alg. wet (deel VII der Vakstudie).

63. Verg. aant. 50 op § 22 hiervoor.

64. Door de woorden ten laste des vervoerders wordt geen inbreuk gemaakt op art. 231 der Alg. wet. Die woorden kunnen geenszins de

«trekking hebben den fabrikant van zijn algemeene verantwoordelijkheid volgens art. 231 der Alg. wet te ontslaan. Arrest van den Hoogen

'Raad van 7 Oct. 1872, V. no. 108; v. d. HONERT, deel X, blz. 162.

Verg. aant. 60 hiervoor.

65. Zie aant. 29 op § 19 hiervoor.

66. Zie hierbij art. 134, § 1.

67. Ongedekt vervoer van gedistilleerd op de linie is ongedekt vervoer in strijd met hoofdstuk XVI der Alg. wet, welk vervoer krachtens art. 219 dier wet strafbaar is als frauduleuze invoer (a).

Ongedekte in- en uitslag van gedistilleerd is mtslmtend strafbaar volgens de bijzondere wet. Bij een vervolging wegens ongedekten in- of uitslag van gedistilleerd op de Unie zal dus niet bewezen behoeven te worden of het binnenlandsch dan wel buitenlandsch gedistilleerd was. <Verg. art. 111, § 5, der Gedistilleerdwet). Res. V. 1911, no. 159.

(a) Ook volgens het Arrest van den Hoogen Raad van 6 Nov. 1916 (zie B Vo. 1605) is de strafbepaling van art. 133, § 25, der Gedistilleerdwet niet van toepassing bij frauduleus vervoer op het terrein der eerste linie.

68. Zie aant. 12 op art. 111.