is toegevoegd aan je favorieten.

De gedistilleerdwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

BIJLAGE B. — Wet 1865. Artt. 4—6.

1. Het minimum van twee hectoliter is van toepassing voor alle entrepots, en alzoo ook voor het algemeen (a) handelsentrepot. Res. V. 1865, no. 60.

■ la) Blijkens art. 8, eerste lid, van het Kon. besluit van 7 Nov. 1876, S. no. 193, V. v. V. no. 281 V (bijl. K der Alg. wet, deel VII der Vakstudie), zijn de minima, bij de accijnswetten bepaald voor opslag van goederen in de entrepots, niet verplichtend voor opslag in algemeen entrepot met vrachtlijst of volglijst, op den voet van art. 4 van dat besluit; terwijl blijkens art. 19 van dat besluit de minima, bij de accijnswetten bepaald voor den uitslag van goederen uit de entrepots en voor de overdracht in het entrepot, niet verplichtend zijn voor de algetieene . entrepots. L t-11 .. ,

De vorenbedoelde minima zijn ook niet van toepassing bu opslag en uitslag van de goederen, welke eerst tijdelijk en daarna definitief zijn opgeslagen in publiek of algemeen entrepot volgens art. 37A K. B. (bijl. H der Alg. wet).

In het antwoord, gegeven in Weekblad no. 2410 op vraag 2, wordt verder ook opgemerkt, dat er VOW publiek entrepot evenmin andere bepalingen bestaan, welke een minimum vaststellen voor den in- en uitslag van buitenlandsch gedistilleerd, waarvan het invoerrecht nog niet betaald is. Zie ook de Fiscus no. 91, blz.327.

2. In het Voorloopig Verslag wordt in overweging gegeven om het voorgestelde minimum tot op een hectoliter te brengen. Van de zijde van verschillende belanghebbenden is er zelfs op aangedrongen om in 't geheel geen of slechts een minimum van hoogstens 20 L. hiervoor aan te nemen. Hieraan kan echter niet toegegeven worden. Wat men vroeger deed om de wetsbepaling betrekkelijk het minimum van 5 H.L. voor den uitvoer van binnenlandsch gedistilleerd met afschrijving van den accijns te ontduiken (a), geschiedt nu weder om beneden het tegenwoordig minimum van 2 H.L. te komen. Men vdert nl. den gewonen jenever uit en daarna onder den naam van buitenlandsch gedistilleerd weder in op entrepot. Het is daarom noodig dat voor den uitvort uit entrepot hetzelfde minimum worde vastgesteld als voor den uitvoer met afschrijving, en door hiervoor tot een te laag cijfer af te dalen zou het toezicht te veel worden bemoeilijkt. Mem. v. A.

(o) Verg. aant. 2 op art. 7 der wet van 1863 (bijl. A).

3. Reukwaters, vernissen en andere bij art. 2, lett. b, der bmnenlandsche gedistilleerdwet bedoelde vloeistoffen, zijn niet van opslag in entrepot uitgesloten. Weekblad no. 2412, vraag 2.

Art. 5. De bepalingen van art. 107, §§ 2 en 3, en art. 110 derzelfde wet worden ook van toepassing verklaard op het in entrepot opgeslagen buitenlandsch gedistilleerd, waarvan het invoerrecht nog niet is betaald.

Art. 6. Met afwijking van art. 107, § 1, dier wet, in verband met art. 3, § 2, der wet van den lsten Mei 1863, S. no. 47 (1), kan binnenlandsch gedistilleerd in entrepot worden opgeslagen in dezelfde bergplaatsen met buitenlandsch gedistilleerd, waarvoor het invoerrecht nog niét is betaald, in welk geval al het in die bergplaatsen geëntreposeerde gedistilleerd, zonder onderscheid van oorsprong, met betrekking tot het invoerrecht, wordt beschouwd als buitenlandsch gedistilleerd (2—6).

£ Zie'bijl. A.

2. Deze nieuwe bepaling wordt voorgesteld op verzoek van belanghebbenden, twbinde hef versnijden in entrepot te vergemakkelijken.