is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134 HOOFDSTUK VII. — Art. 57.

art. 54 gemeld, ingetrokken worden (6—9), en de eerste aan de kantoren, waar zij zijn afgegeven, worden teruggezonden (10), doch indien om bijzondere reden (11), duplicaat-paspoorten mochten zijn verleend, zullen de origineelen onder den schipper verblijven.

1. De uiterste wachten zijn dezelfde als de eerste wachten, bedoeld bij art. 6. Zie het Kon. besluit V. 1823, no. 4, opgenomen in bijl. Y.

2. Verg. V. 1844, no. 243, sub V, lett. d, in aant. 2 op art. 59, zoomede, wat het nazien der surplus-provisie betreft, aant. 3 op art. 5 van het Kon. besluit V. 1862, no. 103, opgenomen als bijl. S.

3. Het woord paspoorten had vroeger betrekking op de goederen aan uitvoerrecht onderworpen. Alle uitvoerrechten afgeschaft zijnde, is op den uitvoer van alle goederen, zonder genot van afschrijving of restitutie uitgaande, art. 143 hierna van toepassing.

Zie, wat de Jra/m'to-paspoorten betreft, art. 77 hierna.

Nopens de doorvoerlijsten en de generale verklaringen tot rechtstreekschen doorvoer wordt verwezen naar art. 55, in fine, en art. 64, tweede lid, K. B. (bijl. H) en nopens de documenten, waarmede gouden en zilveren werken met teruggaaf der belasting worden uitgevoerd, naar art. 79, derde lid, der wet V. 1901, no. 159 (bijl. F).

4. ƒ.-, U.- en Dv. no. 9. Zie Hoofdstuk X.

5. Zie, nopens de afteekening van documenten, indien de termijn voor den uitvoer ter zee is verstreken, of als de uitklaring geschiedt op een andere uiterste wacht dan in de documenten is vermeld, art. 132 hierna.

6. Bij de uitklaring van bijleggers moeten de triphcaat-generale verklaringen door de ambtenaren worden ingetrokken, ten einde bij het betrekkelijk register te worden bewaard. Res. V. 1866, no. 146, in verband met res. V. 1873, no. 122.

7. Volgens art. 59 moeten schipper en stuurman verklaren, dat zij de goederen, welke op de overgegeven documenten zijn uitgedrukt, geladen en aan boord hebben, en geen andere.

Bij verzuim van vertoon en overgifte van documenten is art. 221 toepasselijk.

8. De ambtenaren zullen de uitgaande documenten en transitopaspoorten, na gedane visitatie en in orde bevinding, altoos wedergeven aan degenen, die dezelve hebben vertoond, uitgezonderd op de uiterste wacht, alwaar dezelve moeten ingetrokken worden. Art. 139.

9. Op de documenten modellen C, I, K, en L, de manifesten er de vlotverklaringen wordt door de ambtenaren aan de uiterste wachl of het laatste kantoor aangeteekend de dag, waarop de goederen zije uitgevoerd.

, Die aanteekening kan echter, wat de modellen I betreft, acnterwegt blijven, wanneer deze aangiften te zelfder plaatse uiterlijk acht dager te voren reeds voor inlading zijn afgeteekend. § 28 der res. V. v. V no. 1666.

134