is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUKKEN IX en X. Art. 74. 155

Lorsqueles circonstances, mentionnées en Varticle précédent, se présentent après lenlèvement des marchandises hors des magasins ou lieux de dépot ou après leur embarquement ou chargement, Von ne pourra disposer des marchandises, que moyennant le payement immédiat de Vaccise, a moins que, dans des cas particuliers, Vadministration ne consente d ce que les choses soient remises dans le méme état, que celui oü elles se trouvaient avant la déclaration.

En cas de déchargement, il en sera délivré un certificat au capitaine ou au voiturier, pour sa décharge.

L Zie, nopens de ten deze gegeven bevoegdheid aan de Directeurs, 3 1, lett. e, der res. V. v. V. no. 1698.

2. Singeliere = bijzondere.

3. Er bestaat, met bet oog op art. 29 der Bierwet 1916, geen bezwaar tegen, dat bier, hetwelk bestemd is om met afschrijving van den acciins te worden uitgevoerd, op machtiging van den Inspecteur, ter beschikking wordt gesteld van den belanghebbende, indien deze dit verlangt daar dit immers ten gevolge heeft, dat de accijns, waarvoor afsclirijvmg

ReIeT2JuU eX"' Z°0al8 74 d6r Mg- W6t dat ^

4. In geval van ontlossing. Indien de in een schip of op een voertuig geladen goederen, met worden uitgevoerd, is het duidelijk, dat zij moeten worden gelost. ' J

Maar aangezien de schipper of voerman zich, volgens art. 69 aansprakelijk heeft gesteld voor bet transport, is voor hen het hier bedoelde AeDANnSz 600m ^ *"* verantwoordelijkheid te worden ontheven.

5. Bij res. V. 1829, no. 60 is te kennen gegeven •

le. Dat de beoordeeling, der gevallen, in welke de bedoelde gunst

SSrTïft verleTdi> art-J74' aan de Administratie is gelaten, door welke, blijkens art. 311, wordt verstaan de generale Administratie. ™n J? 7/ fler Administratie toeschijnt, dat de duidelijke letter W.tff w^T^?edebrengt, dat de goederen, hangende de deliberatie van het Hoofdbestuur over het door den belanghebbende gedane verzoek, onder toezicht der ambtenaren behooren te verblijven

HOOFDSTUK X. Van den doorvoer (1—4).

1. De wederuitvoer naar buitenslands van goederen van vreemde £ de^^sI'^S* °Pgeslagen' WOrdt met doorvoer gelijkgesteld.

2. Omtrent de bevoegdheid bij algemeenen maatregel van bestuur wijzigingen te brengen in de formaliteiten bij doorvoer wordt verwezen naar het medegedeelde op blz. 14 hiervoor en art. 73 der Zoutwet

Ann n°penS doorvoer met doorvoerhjsten en nopens rechtstreekschen ?°°Ter 1*5 ^deren, waarvoor bij de inklaring vrachtlijsten zijn ingeleverd, de Hoofdstukken IV en V van het K B

155