is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

HOOFDSTUK XI. — Art, 92.

Art. OS/^Met betrekking alleen tot zoodanige accijnsvrije goederen, omtrent welker identiteit geen twijfel kan ontstaan (1), is het aan de Administratie verbleven, aan handeldrijvende personen, die daartoe verzoek doen zullen (2—3), voor een of meerder daarbij op te noemene artikelen, het genot van fictief entrepot te vergunnen, onder de volgende bepalingen (4—11) :

a. dat de goederen, ten alle tijde, op de eerste aanvrage, dadelijk moeten worden vertoond, in de daartoe opgegevene bergplaatsen, onvermengd met niet geëntreposeerde goederen (12).

b. dat het beloop der inkomende rechten met de verhooging (13), en daarboven, als boete, nog eenmaal het principaal (13) inkomende recht, terstond (14) zal moeten worden betaald, voor die goederen, welke niet, of niet onvermengd, mochten worden aangewezen (15—18);

c. dat voor het montant daarvan voldoende borgtocht worde gesteld (19—21), ten genoege van den Ontvanger (22),vóórdat de koopman de goederen onder zich neme (23) ; en

d. dat op de goederen zelve, vanwege de Administratie, desverkiezende, een teeken worde gesteld of geslagen, bij hetwelk een tweede of vernietïgingsteeken zal gevoegd worden, zoodra de goederen het entrepot verlaten.

Het, enz. (24).

1. Men heeft voornamelijk op het oog, om de identiteit der goederen te verzekeren, en de verwisseling te beletten, en dus moet de bevoegdheid aan de Administratie, in dit art. gegeven, tot het geval bepaald worden, dat de verwisseling niet gevaarlijk zijn kan. Mem. v. A., ontwerp 12 Mei 1819.

2. Op grond van de bewoordingen van de artt. 92 en 100 heeft een handelaar, die een goederensoort in fictief entrepot wil opslaan, daartoe vergunning noodig, ook al is de gemeente, waarin de opslag zal geschieden, bereids genoemd onder die, waar fictieve entrepots voor de bedoelde goederensoort mogen worden opgericht.

Zoo zal, om een voorbeeld te noemen, ieder handelaar die te Amsterdam tabak onder genot van fictief entrepot wil opslaan, daartoe vergunning moeten vragen.

De vergunning kan worden gevraagd aan den Inspecteur der invoerrechten over de gemeente, waarin het pand gelegen is. In de aanvraag behooren tevens de bergplaats of bergplaatsen te worden aangeduid, die als fictief entrepot zullen Worden gebezigd.

Door den Inspecteur wordt op het verzoek beschikt (a), tenzij hij om bijzondere redenen vermeent de beschikking aan den Minister te moeten overlaten, in welk geval hij de stukken via den Directeur aan het Departement inzendt. Res. 17 Aug. 1911, no. 20.

(a) Bij het in gebruik nemen van nieuwe panden voor den opslag van fictief geëntreposeerde goederen in plaats van of naast die, welke in de vergunning zijn vermeld, behoeft geen nieuwe vergunning te worden afgegeven, doch kan de entrepositaris volstaan met een schriftelijke kennisgeving daaromtrent aan den Ontvanger. Deze zal op de vergunning een aanteekening stellen nopens de nader voor fictief entrepot te bezigen panden en daarvan mededeeling doen aan den Inspecteur, opdat de ambtenaren van den actieven dienst dienovereenkomstig kunnen worden ingelicht. Res. 7 Oct. 1911, no. 26.