is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII. — Art. 118.

235

9. Wanneer de door de belastingschuldigen aangebodene verklaringen de noodige inlichtingen volgens de wet bevatten, zijn zij niet verplicht bovendien nog de betrekkelijke registers ten kantore der Ontvangers te teekenen,, Res. V. 1831, no. 10.

10. De aangifte kan geschieden:

le. door den beheerder- van de goederen; 2e. door zijn bijzondere gelastigden; 3e. door geadmitteerde konvooiloopers, enz.

11. De aangiften tot invoer van belaste, zoowel als van vrije goederen, moeten worden gedaan overeenkomstig het bepaalde bij art. 118 door den beheerder van de goederen, als zoodanig in het vermogen om dezelve ter visitatie aan te bieden.

Komt een vrachtrijder met ten invoer bestemde goederen aanb een grenskantoor,. dan is hij als de beheerder aan te merken en moet hij de aangifte doen, tenzij de afzender of de geadresseerde zelf in het vermogen is de goederen ter visitatie aan te bieden en daarbij dus aanwezig is, of de aangifte laat doen door een geadmitteerd expediteur of bijzonderen gemachtigde, welke laatste als zoodanig aan den Ontvanger dient te worden aangewezen bij een schriftelijke kennisgeving.

Bij invoer van goederen buiten route of heerbaan, krachtens daartoe bekomen vergunning (a), brengen de omstandigheden uiteraard mede, dat ook indien de invoer niet geschiedt door hem,aan wien de vergunning werd verleend, deze laatste als aangever optreedt, zoodat als regel van den vervoerder overlegging eener door den afzender onderteekende aangifte behoort te worden gevorderd.

Er bestaat geen bezwaar tegen de aanneming van schriftelijke aangiften, geteekend door den afzender of den geadresseerde der goederen en ingeleverd door een knecht of bediende van dezen, mits de dienstverhouding, den Ontvanger bekend is-of . hem overtuigend worde aangetoond.

Indien vrachtrijders opgaven, betreffende de in te voeren goederen, vertoonen, welke hun door de afleveraars zijn medegegeven, kunnen deze gevoeglijk desverlangd dienen als leiddraad bij het doen van de aangifte.

Tenzij daartegen uit anderen hoofde bezwaar bestaat, mag in de betrekkelijke aangiften naar bedoelde opgaven worden verwezen, mits deze door den vrachtrijder worden gewaarmerkt als te behooren bij aangifte, gedaan ten kantore dd onder no ..

De opgave wordt alsdan gehecht aan de aangifte. Res. 23 Mei 1913, no. 74.

(a) Zie art. 87H van het K. B. (bijl. H).

12. Une déeision du 25 Juillet 1828, no. 48, porte qu'aucun expéditeur, courtier de commerce ou de navire ne peut être admis d faire de déclaration pour compte dautrui, s'il n'est pourvu d un acte dadmission de la part de Vadministration. Toutes déclarations pour dautres, faites par des ■ personnes qui, aux termes de eet article, rCy seront pas autorisées, devront

être refusées. ADAN, blz. 113.

13. De bevoegdheid tot admissie van konvooiloopers, enz. berust bij de Directeurs. Zie het Kon. besluit van 16 Nov. 1823, no. 88, V. 1824, no. 5, art. LXVII, in verband met de res. V. 1844, no. 5.

14. Gesupprimeerd.