is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVI. 333

Volgens de artt. 165 en 166 moet het binnenlandsch vervoer van accijnsgoederen op de eerste linie landzijde gedekt zijn door geleibiljet, indien de hoeveelheden meer bedragen dan de in art. 166 genoemde.

Resumeer ende zien wij dus, dat volgens de Alg. wet dekking is voorgeschreven voor:

accijnsvrije goederen op de eerste en tweede linie landzijde en op de linie zeezijde ;

accijnsgoederen op de eerste linie landzijde.

Oppervlakkig beschouwd mag het vreemd lijken, dat voor accijnsvrije goederen een grooter terrein van toezicht is aangewezen dan voor de zooveel hooger belaste accijnsgoederen. Men bedenke evenwel, dat binnenlandsch vervoer van accijnsgoederen buiten het gereserveerde terrein onder de bepalingen valt van de bijzondere wetten, waardoor zij beheerscht worden (verg. den aanhef van art. 165), terwijl accijnsvrije goederen buiten dat terrein aan geen bepalingen meer zijn onderworpen en dus vrij kunnen circuleeren.

Intusschen zijn bij het K. B. Vervoer (bijl. J) voor de accijnsvrije goederen belangrijke wijzigingen gebracht in dezen stand van zaken. Volgens art. 1 van dat besluit toch, wordt voor het binnenlandsche vervoer van accijnsvrije goederen buiten de eerste linie geen document gevorderd, behoudens het bepaalde bij art. 12 van dat besluit.

Voorts wordt voor het vervoer dier goederen op de eerste hnie geen binnenlandsch paspoort vereischt, doch kan het, overeenkomstig de Hoofdstukken I en II van meergenoemd besluit, geschieden met door den belanghebbende zelve verstrekt verzendingsbiljet, verzendingslij'st of zakboek.

Volgens genoemd art. 12 geldt het besluit niet voor geraffineerd zout (a), houtgeest en alle daaruit of daarmede vermengde vloeistoffen en alle vaste stoffen, die houtgeest bevatten, chloralhydraat, aether sulfuricus, chloroform, azijnaether, collodion spiritus nitri dulcis en alle verdere dergelijke uit of met alcohol bereide stoffen, speelkaarten en sigarettenpapier.

(a) Geraffineerd zout wordt, ongevolge art. 130 der Alg. wet, wat betreft inslag, uitslag, vervoer, peiling, visitatie en verantwoordelijkheid, aangemerkt als accijnsgoed en is daarop de Zoutwet toepasselijk verklaard.

2. Zie, nopens het vervoer van distiUeertoestellen, de artt. 13, 14 en en 17—22 der wet van 19 Mei 1922, S. no. 329, V. v. V. no. 1837, opgenomen als bijl. M der GedistiUeerdwet (deel V der Vakstudie).

3. Hoofdstuk XVII betreft het vervoer van de eene binnenlandsche plaats naar de andere, over vreemd grondgebied, en de kustvaart.

4. Geen goederen mogen, tot transport van de eene binnenlandsche plaats naar de andere, worden ingenomen in uitgaande of inkomende schepen, noch in hchters, die nog te lossen hebben, tenzij met bijzondere permissie van den eersten ambtenaar ter plaatse. Art. 134.

, Binnenlandsch vervoer, zonder binnenlandsch paspoort, of geleibiljet, in de gevallen waarin zoodanig document volgens Hoofdstuk XVI dezer wet wordt vereischt, wordt geacht te zijn frauduleuze uit- of invoer en wordt als zoodanig gestraft. Art. 219, eerste lid.

6. Wanneer goederen, inkomende of uitgaande te lande, of binnenslands vervoerd wordende, en van volgbrieven, paspoorten of consentof geleibiljetten voorzien, gevonden worden buiten de bepaalde heerbanen, of de in de documenten aangewezene routes, zal de voerman of vervoerder deswege verbeuren een boete van vijftig gulden. Art. 220.

333