is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX. — Art. 196.

ou l'usage est assujetti a la formalité d'une admission de la part de Vadministration des accises, ou d'une déclaration d faire d la dite administration, ainsi que ceux oü Von exerce une industrie dont les produits sont soumis d Vaccise, ou sont assufettis d quelque vérification en vertu des lois.

1. Verg. de artt. 197 en 198. Zie mede art. 199.

2. Buiten werking zijnde branderijen, welke zich onder verzegeling bevinden, Wijven van zonsopgang tot zonsondergang onderworpen aan de visitatie en het onderzoek der ambtenaren, alsof die branderijen in werking waren. Arrest van het Hoog Gerechtshof te Luik van 16 Juli 1828, V. 1829, no. 65.

3. Wijngaarden — men bedenke, dat Nederland bij het in werking treden der Alg. wet met België was vereenigd.

4. Verg. aant. 22 op art. 187.

5. zie — ten aanzien der visitatiën in de huizen, erven en panden van particulieren — art. 200.

6. Ingevolge art. 196 zijn aan de visitatie onderworpen alle panden, tot welker bezit of gebruik de admissie van de Administratie der accijnzen vereischt wordt, zijnde luidens art. 311 de algemeene Administratie of de Minister van Financiën.

Tot die panden is niet te rekenen een korenmolen, voor welks oprichting volgens art. 180 de toestemming van de Koningin wordt vereischt ; het feit, dat ingevolge Koninklijke machtiging bedoelde vergunning tegenwoordig door den Minister van Financiën wordt verleend, kan ten deze buiten beschouwing blijven. Weekblad no. 1913.

7. Admissie — verg. art. 186.

8. Met panden, tot welker bezit of gebruik de kennisdraging van de Administratie vereischt wordt, zijn panden bedoeld, waarvan aangifte moet geschieden, hetgeen bij of krachtens de bijzondere accijnswetten is voorgeschreven.

Zie aant. 14 hierna.

9. Art. 196 der Alg. wet onderwerpt aan de visitatie alle panden tot welker bezit of gebruik de admissie of kennisdraging der Administratie wordt vereischt. Een pand waarvoor, wegens het daarvan gemaakt wordende gebruik, aangifte vereischt wordt, is, ook al werd die aangifte niet gedaan, aan de visitatie onderworpen. Arrest van den Hoogen Raad van 20 Oct. 1846, V. 1846, no. 186; v. d. HONERT, deel III, blz. 82.

Art. 196 der Alg. wet onderwerpt aan visitatie een aantal panden tot welker bezit of gebruik de admissie of kennisdraging der Administratie wordt vereischt. Het is duidelijk, dat men in deze omschrijving slechts heeft te zien een bloote aanduiding der panden en geenszins een weergeven van de reden, die tot het toekennen van het visitatierecht noopte. Een pand geeft geen reden tot visitatie door het feit, dat de Administratie admissie heeft te verleenen, maar door de vrees, dat het op eenige wijze gebruikt zal worden voor fraude. Nu heeft de wet voor het op-

418