is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX. — Artt. 206—207. 469 Art. 4. Met het opsporen van de overtredingen van deze wet zijn, behalve de bij art. 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen.

Art. 207 (1). Uitslag van goederen uit pubhek, particulier of algemeen entrepot (2) zonder document heeft tengevolge de aanhaling en confiscatie (3) dier goederen en ten laste van hem, die den uitslag verricht, eene boete van ten hoogste tienmaal de belasting, welke bij invoer van buitenslands van die goederen verschuldigd zou zijn (4—5).

1. Art. ,207 is opgenomen, zooals het is vastgesteld bij art. 1 der wet van 30 Maart 1912, S. no. 135, V. v. V. no. 43.

Het oorspronkelijk art. 207 bepaalde, dat indien bij de instructie eener zaak, als in artt. 205 en 206 bedoeld, mocht blijken, dat de bedrijvers van het feit zich daartoe, op belofte van buitengewone belooning of anderszins, hadden laten verleiden of aannemen door personen, binnen het Rijk te vinden, deze mede onderworpen waren aan de straffen, bij die artikelen bepaald.

Op het behoud van dat artikel werd geen prijs meer gesteld met het oog op art. 47 van het Wetboek van Strafrecht (a), waarbij is bepaald dat als daders van een strafbaar feit worden gestraft: le. zij, die het feit plegen, doen plegen of medeplegen, en 2e. zij, die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding het feit opzettelijk uitlokken.

Zie de Mem. v. T. op het betrekkelijk wetsontwerp, opgenomen in Weekblad no. 2060.

(o) Opgenomen in aant. 2 op het Opschrift van ^it Hoofdstuk.

2. De thans in de wet opgenomen strafbaarstelling van uitslag van goederen uit entrepot zonder document hangt samen met het toegekende recht van visitatie der personen, die het entrepot verlaten.

Verg. art. 190*is hiervoor.

Zie, nopens de vraag waarom de fictieve entrepots in art. 207 niet zijn genoemd, aant. 1, laatste hd, op art. 1906£s.

3. Aanhaling en confiscatie. Verg. de aantt. 53 en 55 op art. 205.

Zie, nopens het opbrengen ten naasten kantore en het inventariseeren van aangehaalde goederen, art. 240, en omtrent ontslag tegen borgtocht en verkoop dier goederen, de artt. 242 en 243 hierna.

i4" .^et feit strafbaar gesteld bij art. 207 der Alg. wet wordt beschouwd als misdrijf, behalve voor de toepassing der artt. 57 en 58 van het Wetboek van Strafrecht, in de plaats waarvan wordt toegepast hetgeen bij art. 62, eerste en tweede lid, van dat Wetboek voor overtredingen is bepaald. Art. 2 der wet van 30 Maart 1912, S. no. 135, V. v. V. no 43 Verg. art. 7, achtste lid, der wet van 15 Aprü 1886, S. no. 64, 'met noot n, m aant. 1 op het Opschrift van dit Hoofdstuk.

5. Iedere uitslag van goederen uit entrepot zonder document is strafbaar naar art. 207 der Alg. wet (a). Het ligt in den aard der zaak dat zich omstandigheden kunnen voordoen, die het wenschelijk maken

469