is toegevoegd aan je favorieten.

De Algemeene Wet over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX. — Art. 229.

transactie door wanbetaling zou komen te vervallen. Het natuurlijk gevolg van zoodanige wanbetaling zal daarentegen zijn, dat tot nakoming van de aangegane verbintenis geprocedeerd wordt.

Rest dus nog slechts de vraag: is er een rechter, bevoegd om van zoodanige actie tot nakoming kennis te nemen ? Het schijnt, dat het antwoord kan gegeven worden door te verwijzen naar art. 246 der Alg. wet. Terwijl dit artikel met een eisch tot boete blijkbaar de boete van art. 247, tweede lid, welke bij rechterlijk vonnis wordt opgelegd, op het oog heeft, verklaart het verder den burgerlijken rechter competent in „alle louter civiele zaken" of, om het meer modern uit te drukken, in alle vorderingen van administratiefrechtehjken aard. Het kan niet aan twijfel onderhevig zijn of de hier bedoelde actie, uit een publiekrechtelijk contract gesproten, is daaronder begrepen.

Op deze gronden is, indien een transactie door de Acuoinistratie met den bekeurde is aangegaan, bij niet-voldoening van het krachtens die transactie verschuldigd bedrag, strafrechtelijke vervolging uitgesloten, maar behoort het ontbrekende langs den gerechtèlijken weg te worden ingevorderd (c—d). Res. 26 April 1906, no. 31; zie B. no. 185.

(a) Dading is een overeenkomst, waarbij partijen, tegen overgave, belofte of terughouding eener zaak, een aanhangig geding ten einde brengen, of een te voeren geding voorkomen.

Deze overeenkomst is slechts van waarde, indien zij schriftelijk is aangegaan. Art. 1888 van het Burgerlijk Wetboek.

(b) De Arr.-Rechtbank te Utrecht besliste bij haar Vonnis van 20 Januari 1862, Weekblad van het Recht no. 2354, dat de regelen van het Burgerlijk Recht, tot bewijs eener overeenkomst van dading, niet op transactie in belastingzaken van toepassing zijn.

Bij het in nootc, hierna.vermeld Arrest werd voorts beslist, dat het geen vereischte is, dat de transactie in belastingzaken schriftelijk wordt aangegaan. Verg. art 1888, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, m noot o hiervoor.

(c) Ook bij Arrest van het Prov. Gerechtshof in Drenthe van 27 Juli 1860, Weekblad van het Recht, no. 2225, is beslist, dat de Administratie niet bevoegd is de bekeuring door den strafrechter te doen vervolgen, op grond de bekeurde de aangegane transactie niet is nagekomen.

(d) Het geval dat het krachtens een gesloten transactie verschuldigd bedrag niet wordt voldaan, zal thans wel niet meer voorkomen, want volgens § 3 der res. V. v. V. no. 1904 wordt, indien de Directeur met een bekeurde een transactie wenscht te sluiten, bekeurde door den Ontvanger uitgenoodigd ten kantore te verschijnen ten einde de vereischte gelden te storten en de akten te onderteekenen. Na betaling der transacliegelden en na onderteekening van de beide exemplaren der akte van transactie wordt een quitantie afgegeven.

13. Indien bij frauduleuzen invoer van aan belasting onderworpen goederen de Administratie met den bekeurde een transactie heeft aangegaan met betrekking tot een gedeelte dier goederen, is ter zake yan de overige frauduleus ingevoerde goederen geen recht tot strafvervolging méér aanwèzig. Res. 6 Febr. 1923, no. 70; zie B. no. 3121.

14. Een model der akte van transactie is vastgesteld bij de res. V. 1854, no. 17, gewijzigd bij res. V. 1882, no. 63.

Zie, nopens het sluiten der transactie en de verantwoording van gelden wegens contentieuze zaken, de instructie V. v. V. no. 1904, gewijzigd en aangevuld bij res. V. v. V. nos. 2215 en 2467.

15. De akten van transactie worden geacht vrij te zijn van de formaliteit van registratie en van het recht van zegel wegens het bepaalde bij art. 100, lett. a, der Registratiewet en art. 32, sub 4, der Zegelwet.

524