is toegevoegd aan je favorieten.

Tarief van invoerrechten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

houdende maatregelen om de verregaande ontduikingen van het invoerrecht voor naar de waarde belaste goederen te keer te gaan, steeg de opbrengst in 1895 nog tot f 6.766.000 — en in 1896 tot f 8.420.000,—.

Sedert is de opbrengst tot 1914 steeds vooruitgegaan, behoudens een tijdelijke kleine teruggang in 1908.

In 1913 werd ontvangen wegens invoerrecht f 17.013.610,— en wegens formaatzegel f 30.768,521/2 (§)•

l Tijdens de oorlogsjaren daalde de opbrengst weder, in 1918 zelfs tot f 8.591.522,8072, maar in 1919 steeg de opbrengst tot een ongekende hoogte. Over dat jaar werd f 29.016.296,26 ontvangen en in 1920 het enorme bedrag van f 46.879.929,41.

Sedert daalde de opbrengst weder; in 1923 tot f 35.198.863,57.

Door het tot stand komen der thans aangenomen Tariefwet wordt volgens de Mem. van Antwoord een meerdere opbrengst verwacht van rond 15 millioen gulden.

(§) Het formaatzegel werd afgeschaft bij art. 20 der Wet op het Statistiekrecht, Staatsblad 1916, no. Mö. Daarna bepaalde ook art. 37, sub 4, der Zegelwet 1917 (V. v. V. no. 820) — zie thans art. 37, sub 10, der Zegelwet, zooals deze later gewijzigd werd bij de wet van 27 Juni 1919, S. no. 432, V. v. V. no. 1123 — dat geenerlei zegelrecht verschuldigd is voor quitantiën voor belastingen'