is toegevoegd aan je favorieten.

Tarief van invoerrechten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

331

BIJLAGE 'II. — Vrijdommenbesluit. — Artt. 26—27.

zoodanig persoon een bewijs worden afgegeven vermeldende dezelfde bijzonderheden als een nationaliteitsbewijs. Voor de afgifte van dit bewijs kan worden gebruik gemaakt van het model U.- en Dv. no. 69, waarin het woord „Nationaliteitsbewijs" wordt veranderd in „Bewijs"' en de naam van den persoon aan wien het is afgegeven wordt vermeld. Op de aldus afgegeven bewijzen zün de overige bh deze instructie gegeven voorschriften nópens de afgifte van nationaliteitsbewijzen van toepassing Instr. V. v. V. no. 2543, § 31, tweede lid.

6. Motorrijtuigen van diplomaten, diplomatieke koeriers, en andere van diplomatieke paspoorten voorziene personen, onverschillig of zij al dan niet ingezetenen des Rijks zün, behooren zonder dat hiervoor overigens eenig document, borgstelling of vergunning vereiseht wordt, steeds vrhten in- en uitvoer te worden toegelaten.

De bij de circulaire van 27 Nov. 1924, no. 38, gegeven voorschriften nopens de afteekening van triptieken en carnets bhjveh van kracht.

Bij de circulaires van 24 April 1907, no. 92, en van 17 Nov. 1920, no. 215, zijn verschillende daarin genoemde wegen, die niet als route öf heerbaan zijn aangewezen, opengesteld voor het verkeer met motorrijtuigen, onder voorwaarde, dat daarmede geen goederen worden vervoerd en dat voor het motorrötuig een geldig nationaüteitsbewüs of een reeds voor eersten invoer afgeteekend tnntiék kan worden vertoond.

Het verkeer met motorrfitnigen langs de bij de aangehaalde circulaires aangewezen wegen, blijft ook na het in werking treden der nieuwe TanefweT op den daarbij bedoelden voet toegestaan, behalve voor motorrijtuigen, die als publieke vervoemiddeleÉ^ajn aan te merken, voor welke laatsten steeds een vergunning van den Directeur of Inspecteur der invoerrechten tot in- en uitvoer buiten route of heerbaan moet worden vertoond.

Deze vergunningen kunnen tot wedéropzeggens worden verleend, terwal daarbij, behalve de andere voorwaarden, welke de betrokken Directeur of Inspecteur noodig oordeelt, meet worden bepaald dat de vergunning wordt ingetrokken, indien door de ondernemers, bestuurders of reizigers van het vervoermiddel wordt gebruik gemaakt tot invoer yan goederen; dat de dienstregeling vooraf door denbetrokken Directeur of Inspecteur moet worden goedgekeurd; dat in de rijtuigen op duidelijk leesbarewnze een kennisgeving moet worden aangebracht.dat met het vervoermiddel óók door reizigers geen goederen mogen worden ingevoerd en een dergelijke kennisgeving ook moet worden opgenomen in de dienstregeling der onderneming en opgehangen in of aan vaste halteplaatsen. Geschiedt het verkeer langs wegen, waaraan een hulpkantoor is gevestigd^ hetwelk slechts op enkele dagen of uren per week geopend is, dan kan op het vorenstaande uitzondering worden toegelaten, door. in de vergunning te bepalen dat alleen op die tijdstippen aldaar goederen kunnen worden ingevoerd en vrijgemaakt, mits m geen grootere hoeveelheden dan in het algemeen voor het verkeer langs dat hulpkantoor mocht zijn of worden toegelaten. Instr. V. v. V. no. 2543, § 32.

Ark 27. De spoorwagens en spoorwegrijtuigen van binnenlandsche herkomst, gebezigd in internationaal of grensverkeer, zullen vrij ten invoer worden toegelaten, indien zij in het wagenpark van een Nederlandsche spoorwegonderneming, die aan het bepaalde bij het laatste lid van dit artikel heeft voldaan, zijn ingeschreven (1).

Als van binnenlandsche herkomst zullen ten deza^djn aan te merken