is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

ons recht van hypotheek, welk een uiterst groot verschil scheidt echter deze beide rechtsvormen, wanneer men bedenkt dat aan de Romeinsche hypotheca iedere openbaarheid vreemd was en de strafbepaling van stellionaat de eenige en inderdaad magere troost van den achter het net visschenden schuldeischer vormde.

Het oud-Germaansche recht begreep dat openbaarheid een der grondbeginselen moest zijn voor de veiligheid van den schuldeischer en zeer tot geluk van den hedendaagschen hypothecairen schuldeischer loopt het Hollandsche hypotheekrecht in hoofdzaak met het Germaansche recht parallel.1

Karl. v. Amira splitst in zijn „Nordgemanisches Obligationenrecht"* de obligatie in. „Schuld" en „Haftung" en verduidelijkt het onderscheid dezer beide bestanddeelen door: „Haftung und Schuld sind Gegensatze. Haftung ist Einstehen sollen; Schuld ist Leistensollen". Het kon zijn dat de persoon van den schuldenaar aansprakelijk was, of diens geheele vermogen of slechts een bepaald aangeduid onderdeel van zijn vermogen, welke laatste soort van aansprakelijkheid het meest voorkwam. Bestond dit bepaald aangeduid deel van het vermogen in een onroerend goed, dan werd dus dit goed in het bezit van den schuldeischer overgedragen, doch behield de schuldenaar het recht zijn goed te lossen. Gierke* noemt dit bezit „Satzungsgewere oder pfandliche Gewere, sowohl von der Eigengewere wie von jeder sonstigen Sachgewere spezifisch verschieden".

De meeste schrijvers noemen deze vorm van zekerheidstelling door bezitsovergang „altere Satzung" in tegenstelling met de „jüngere Satzung", waarbij de schuldenaar het bezit van het verbonden goed niet verloor. Bestond het aangewezen deel van het vermogen uit een roerende zaak, dan kende men uitsluitend de inpandgeving door overdracht van de zaak. Hierbij treedt duidelijk naar voren een groot verschil tusschen het Romeinsche en het Germaansche pandrecht. Vormt naar het eerste recht het pand slechts een meerdere zekerheid en

1 Zie hieromtrent Mr. A. Herman, Het karakter van ons hypotheekrecht historisch beschouwd, Diss. Amsterdam 1914. 1 Dl. I, blz. 40.

3 Deutsches Privatrecht, blz. 813.