is toegevoegd aan je favorieten.

Hypotheekrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30

ook wel gelegen zijn in het feit dat het naar oud-Hollandsch recht anders was.1 Bovendien volgde in art. 1244 Wetb. van 1830 (nu 1213) daarop „behoudens de bepalingen van het Wetboek van Koophandel tot schepen en vaartuigen betrekkelijk". Deze laatste zinsnede is bij de herziening van. het Wetb. van 1830 weggelaten* „omdat men de voorregten, die op schepen kunnen worden verleend, niet anders wenschte beschouwd te zien dan als privilegiën, die op de opbrengst van het schip kunnen worden uitgeoefend, en aan geen verhypothekeren van schepen gedacht wilde hebben".*

Onder „onroerende goederen" in art. 1210 moeten worden verstaan uitsluitend de lichamelijke onroerende zaken, dus alle lichamelijke zaken, die volgens haren toestand onroerend zijn en in art. 562 B. W. als zoodanig worden genoemd, hetgeen blijkt uit de nadere opsomming van verschillende rechten onder art. 1210 B.W. 2° tot 6°. Dat onder deze bepaling uitsluitend lichamelijke zaken zijn te begrijpen, is nog eens uitdrukkelijk bevestigd in een arrest van den H. R. van 4 Nov. 1886,* waarbij werd overwogen: „dat art. 1210 B. W., alleen vatbaar voor hypotheek verklarende onroerende goederen met derzelver toebehooren en vijf bepaaldelijk omschreven zakelijke rechten, niet anders verstaan kan worden dan in dien zin dat alle overige onlichamelijke zaken uitgesloten zijn, omdat indien het in de bedoeling des wetgevers geweest ware; alle onroerende zaken, lichamelijke zoowel als onlichamelijke, voor hypotheek vatbaar te verklaren, eene bijzondere vermelding van enkele overbodig ware geweest; dat al moge de uitdrukking „onroerende goederen" dus ook op sommige plaats sen onzer wetgeving in de meer algemeen beteekenis van onroerende zaken voorkomen, de tegenstelling tot de onder 2—6 omschreven rechten aantoont, dat het in n°. 1 van art. 1210 B. W. overeenkomstig de in art. 555 B. W. gemaakte onderscheiding, gebruikt is in den eigenlijken zin van lichamelijke

1 de Groot, Inleyd. II, 48: Bysondere-ondersetting is over tilbaer ofte ontilbaer goet. Over tilbaer goet kan geschieden of met ter. hantrsetting of sonder ter hant-setting enz.

* Zie Diephuis VII, 373.

* Voorduin, IV, 504 v.

4 W. 5354, bev. Hof Arnhem 16 Februari 1885, W. 5324_